Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 214 Fw

Geldt sinds 4 november 2022

  1. 1

    De schuldenaar die voorziet, dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surseance van betaling aanvragen.

  2. 2

    Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in artikel 96, bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn advocaat ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2. Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

  3. 3

    Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van een akkoord worden gevoegd.

  4. 4

    Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een bank als bedoeld in artikel 212g, eerste lid, onderdeel a, noch aan een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 212oo, tweede zin, noch aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 213, noch aan een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 213ll, onderdeel b.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2001:AB2176Parket bij de Hoge Raad, 6 juni 2001 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1968:AC2286Hoge Raad, 12 januari 1968 (civiel recht)

    Revindicatie roerend goed. Individualiseerbaarheid. Oneigenlijke vermenging.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8541Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 augustus 2026 (insolventierecht)

    Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:18898Rechtbank Den Haag, 13 november 2024 (insolventierecht)

    Homologatie akkoord in surseance. Geen toets aan WHOA. Geen schending paritas creditorum of absolute priority rule.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:8742Rechtbank Rotterdam, 3 augustus 2021 (insolventierecht)

    1) Voorlopige surseance van betaling: bezwaren van schuldeisers ex artikel 252 Fw dat géén akkoord is aangenomen, treffen geen doel; 2) rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één of meerdere…

  • ECLI:NL:RBAMS:2021:3197Rechtbank Amsterdam, 28 mei 2021 (civiel recht)

    Beschikking benoeming commissie van vertegenwoordiging ex artikel 281e Fw

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:1255Rechtbank Midden-Nederland, 26 maart 2021 (insolventierecht)

    WHOA zaak. Afwijzing verzoek herstructureringsdeskundige op de grond dat er geen sprake is van een zelfstandige onderneming die moet worden afgewikkeld. Daarnaast zijn voorgestelde…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:3839Rechtbank Rotterdam, 24 april 2020 (insolventierecht)

    Voorlopig verlenen surseance van betaling - Tijdelijk afwijkende regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de coronacrisis (TARIC)

16 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.