Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 287 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De rechtbank zal met de meeste spoed op het verzoek uitspraak doen. De uitspraak geschiedt bij vonnis. Artikel 6, eerste lid, derde zin, en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. De toepassing van de schuldsaneringsregeling gaat in bij de aanvang van de dag waarop de rechter die toepassing heeft uitgesproken.

  2. 2

    Indien in of bij het verzoekschrift gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, kan de rechtbank de schuldenaar een termijn van ten hoogste een maand gunnen om de ontbrekende gegevens te verstrekken. De griffier brengt het orgaan of de persoon, bedoeld in artikel 285, tweede lid, hiervan onverwijld op de hoogte. Indien na deze termijn nog steeds gegevens ontbreken, wordt de schuldenaar niet-ontvankelijk verklaard.

  3. 3

    Het vonnis, bedoeld in het eerste lid houdt in de benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder. De rechtbank benoemt een bewindvoerder die adequaat is opgeleid en over de voor zijn taken vereiste deskundigheid beschikt. Bij de aanstelling: a.houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de bewindvoerder; en b.hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die duidelijk, transparant en rechtvaardig zijn.

  4. 4

    De rechtbank is in spoedeisende zaken bevoegd, gelet op de belangen van partijen, een voorlopige voorziening bij voorraad te geven. De voorlopige voorziening wordt gevraagd in het verzoek of, indien dit al is ingediend, door indiening van een afzonderlijk verzoek daartoe. De artikelen 256, 257 en 258 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing. Op hoger beroep zijn de artikelen 358 tot en met 362 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

  5. 5

    De rechtbank geeft in het vonnis, bedoeld in het eerste lid, last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen gedurende een termijn van dertien maanden. De bewindvoerder kan gedurende de toepassing van de schuldsaneringsregeling de rechter-commissaris verzoeken om wijziging van de termijn of om een nieuwe last gedurende een bepaalde termijn.

  6. 6

    Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend, wordt het verzoek niet toegewezen dan nadat de schuldenaar is opgeroepen om te worden gehoord. Dit geldt niet voor zover het verzoek strekt tot het geven van een voorlopige voorziening bij voorraad.

  7. 7

    Indien het verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, door burgemeester en wethouders is ingediend en in het verzoek of in een daarbij gevoegde bijlage gegevens als bedoeld in artikel 285, eerste lid, ontbreken, stelt de rechtbank burgemeester en wethouders in de gelegenheid om binnen een termijn van een maand de ontbrekende gegevens te verstrekken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:562Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2024 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen art. 392 Rv (ECLI:NL:GHDHA:2023:2606). Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat de wettelijke schuldsanering eerder aanvangt dan met het…

  • ECLI:NL:PHR:2022:1067Parket bij de Hoge Raad, 15 november 2022 (insolventierecht)

    WSNP. Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling. Ontbreken van gegevens als bedoeld in art. 285 lid 1 Fw. Verlenging termijn en niet-ontvankelijkheid appel; art. 287 lid 2 Fw.

  • ECLI:NL:PHR:2022:714Parket bij de Hoge Raad, 30 juni 2022 (belastingrecht)

    1 Inhoudsindicatie gemeenschappelijke bijlage 1.1 De drie zaken waar deze gemeenschappelijke bijlage bij hoort, hebben gemeen dat de belanghebbenden (primair) van mening zijn dat hun dienstverlening…

  • ECLI:NL:PHR:2021:742Parket bij de Hoge Raad, 2 juli 2021 (insolventierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. WSNP. Verzoek tot toelating na aanvraag faillissement. Ontvankelijkheid van het verzoek, ontbreken deugdelijk overzicht schulden, art. 285 Fw.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14702Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen voor de duur van zes maanden

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14753Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14355Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen. Zes maanden. Huurtermijnen september en oktober 2026 zijn betaald. Voldoende aannemelijk dat lopende huurtermijnen zullen worden betaald. Belang inwonende minderjarige…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14365Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (insolventierecht)

    Verzoek tweede moratorium. Voorlopige voorziening afgewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken. Niet slagen eerste moratorium is toe…

866 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.