Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 132 Fw

Geldt sinds 1 december 2005

  1. 1

    Schuldeisers, wier vorderingen door pand, hypotheek of retentierecht gedekt of op een bepaald voorwerp bevoorrecht zijn, maar die kunnen aantonen dat een deel hunner vordering vermoedelijk niet batig gerangschikt zal kunnen worden op de opbrengst der verbonden goederen, kunnen verlangen dat hun voor dat deel de rechten van concurrente schuldeisers worden toegekend met behoud van hun recht van voorrang.

  2. 2

    Het bedrag waarvoor pand- en hypotheekhouders batig gerangschikt kunnen worden, wordt bepaald met inachtneming van artikel 483e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering met dien verstande dat voor het tijdstip van het opmaken van de staat in de plaats treedt de aanvang van de dag waarop de faillietverklaring werd uitgesproken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:434Parket bij de Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Sprongcassatie. Insolventierecht. WHOA. Binding aan aspectenbeschikking ex art. 378 lid 9 Fw. Gezag van gewijsde? Ook binding derde als bedoeld in art. 370 lid 2 Fw? Regresverbod art. 370 lid 2 Fw.…

  • ECLI:NL:HR:2015:3023Hoge Raad, 16 oktober 2015 (insolventierecht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Overwaarde-arrangement. HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7575, NJ 2004/618 (Bannenberg). Verhaal door pandhouder voor ten tijde van…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BZ5663Parket bij de Hoge Raad, 14 juni 2013 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Factorovereenkomst, na faillissement op rekening schuldeiser ontvangen betalingen, afdrachtverplichting, verrekening met na faillissement ontstane vordering, art. 53 Fw.…

  • ECLI:NL:PHR:2004:AO7575Parket bij de Hoge Raad, 9 juli 2004 (civiel recht)

    9 juli 2004 Eerste Kamer Nr. C03/078HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: Mr. Marcus Antonius Maria BANNENBERG, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van I.C.T.…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:9816Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22 december 2015 (civiel recht)

    Botsende algemene voorwaarden ? Aan vuistpandrecht te stellen eisen. Kan pandrecht gevestigd worden voor vorderingen uit opslag die ontstaan zijn na faillissement opdrachtgever opslag, gelet op…

  • ECLI:NL:RBAMS:2014:5661Rechtbank Amsterdam, 17 september 2014 (civiel recht)

    Vernietiging overwaardearrangement, vermoeden van wetenschap van benadeling schuldeisers ontzenuwd, art. 43 Fw.

  • ECLI:NL:RBAMS:2014:5717Rechtbank Amsterdam, 27 augustus 2014 (civiel recht)

    Wederzijds zekerhedenarrangement en faillissement. Het voor faillissement ten gunste van ICF gevestigde pandrecht strekt ook tot zekerheid van de contractuele regresvordering van ICF op haar…

  • ECLI:NL:RBMNE:2014:3628Rechtbank Midden-Nederland, 27 augustus 2014 (civiel recht)

    Overwaardearrangement, tussenvonnis, voornemen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad.

10 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.