Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 285 Fw

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    In het verzoekschrift of in een daarbij te voegen bijlage worden opgenomen: a.een staat als bedoeld in artikel 96; b.een opgave van de goederen van de schuldenaar, met vermelding van eventueel daarop rustende rechten van pand en hypotheek en retentierechten die daarop uitgeoefend kunnen worden; c.een gespecificeerde opgave van de inkomsten van de schuldenaar, hoe ook genaamd en ongeacht de titel van verkrijging, die de schuldenaar pleegt te verwerven of kan verwerven, onder vermelding van de wijzigingen die daarin over de eerstvolgende drie jaar redelijkerwijs voorzienbaar zijn; d.een gespecificeerde opgave van de vaste lasten van de schuldenaar; e.indien de schuldenaar is gehuwd of een geregistreerd partnerschap is aangegaan, een opgave van de gegevens, bedoeld onder c en d betreffende de echtgenoot onderscheidenlijk de geregistreerde partner; f.een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, alsmede over welke aflossingsmogelijkheden de verzoeker beschikt, afgegeven door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van de woon- of verblijfplaats van de schuldenaar of een persoon als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op het consumentenkrediet. Als aannemelijk is dat onvoldoende aflossingsmogelijkheden bij de schuldenaar of andere omstandigheden het onmogelijk maken om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, hoeft voor de afgifte van deze verklaring niet eerst een poging te zijn gedaan om tot een dergelijke regeling te komen. Het college kan deze bevoegdheid mandateren aan een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financieel toezicht, aan instellingen als bedoeld in artikel 48, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op het consumentenkrediet of aan krachtens het eerste lid, onderdeel d, van dat artikel aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen, dan wel categorieën daarvan; g.een opgave van de aard en het bedrag van de vorderingen ter zake waarvan de schuldenaar zich als borg of anderszins als medeschuldenaar heeft verbonden; h.indien de schuldenaar aan zijn schuldeisers een buitengerechtelijke schuldregeling heeft aangeboden die niet is aanvaard, de inhoud van het ontwerp van de schuldregeling, de reden waarom de schuldregeling niet is aanvaard alsmede met welke middelen, bij aanvaarding van de schuldregeling, bevrediging van schuldeisers zou kunnen plaatsvinden; i.een opgave van andere gegevens van belang om een zo getrouw mogelijk beeld te bieden van de vermogens- en inkomenspositie van de schuldenaar en van de mogelijkheden voor schuldsanering.

  2. 2

    De colleges van burgemeester en wethouders, een daartoe gemandateerde kredietbank, een daartoe gemandateerde instelling als bedoeld in artikel 48, onderdeel b, van de Wet op het consumentenkrediet of een daartoe aangewezen natuurlijke persoon of rechtspersoon zijn verplicht hun medewerking te verlenen aan de afgifte van verklaringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:714Hoge Raad, 24 april 2026 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat termijn van wettelijke schuldsaneringsregeling eerder aanvangt dan…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1279Parket bij de Hoge Raad, 19 november 2025 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen art. 392 Rv. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat de wettelijke schuldsanering eerder aanvangt dan met het toelatingsvonnis. Zijn…

  • ECLI:NL:PHR:2025:191Parket bij de Hoge Raad, 12 februari 2025 (insolventierecht)

    WSNP. Verzoek tussentijdse beëindiging. Goede trouw-toets schuldenaar. Innemen tegenstrijdige stellingen door schuldenaar. Mogelijk onjuiste informatie toelatingsverzoek.

  • ECLI:NL:HR:2024:1913Hoge Raad, 20 december 2024 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Wsnp. Wat dient te worden verstaan onder 'eerste aflossing', 'in het kader van' en 'buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 285…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30119Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026 (insolventierecht)

    Toelating tot de Wsnp. Afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. Tijdens het minnelijk traject is niet voldaan aan de inspanningsverplichting/sollicitatieverplichting.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30135Rechtbank Den Haag, 8 oktober 2026 (insolventierecht)

    De rechtbank wijst het verzoek om een eerdere ingangsdatum van de WSNP toe en bepaalt die op 8 juli 2026 in plaats van 24 maart 2026. De eerste vtlb-berekening is pas op 4 mei 2026 vastgesteld en…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13409Rechtbank Rotterdam, 2 oktober 2026 (insolventierecht)

    Wsnp afgewezen. Onvoldoende aannemelijk dat verzoeker zijn verplichtingen nakomt. Schulden niet te goeder trouw ontstaan. Geen saneringsgezinde houding.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29385Rechtbank Den Haag, 1 oktober 2026 (insolventierecht)

    Toelating tot de Wsnp. Toewijzing verzoek eerdere ingangsdatum. Tijdens het minnelijk traject lag er beslag op het inkomen van verzoekster.

1.442 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.