Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 255 Fw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Indien het ontwerp van akkoord tegelijk met het verzoekschrift tot verlening van surseance ter griffie is nedergelegd, kan de rechtbank, de rechter-commissaris en bewindvoerders gehoord, gelasten, dat de in artikel 218 bedoelde behandeling van het verzoek niet zal plaats hebben, in welk geval zij tevens zal vaststellen: 1°. de dag, waarop uiterlijk de schuldvorderingen, ten aanzien waarvan de surseance werkt, bij de bewindvoerders moeten worden ingediend; 2°. dag en uur, waarop over het aangeboden akkoord ten overstaan van de rechter-commissaris zal worden geraadpleegd en beslist.

  2. 2

    Tussen de dagen, onder 1°. en 2°. vermeld, moeten ten minste veertien dagen verlopen.

  3. 3

    Indien de rechtbank van deze bevoegdheid geen gebruik maakt of het ontwerp van akkoord niet tegelijk met het verzoekschrift tot het verlenen van surseance ter griffie is nedergelegd, zal de rechtbank, de rechter-commissaris en bewindvoerders gehoord, de dagen en uren, in het eerste lid bedoeld, vaststellen zodra de beschikking, waarbij de surseance definitief is verleend, kracht van gewijsde heeft verkregen of, indien het ontwerp van akkoord eerst daarna ter griffie is nedergelegd, dadelijk na die nederlegging.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2017:885Parket bij de Hoge Raad, 14 juli 2017 (insolventierecht)

    Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel…

  • ECLI:NL:RBARN:2008:BC5590Rechtbank Arnhem, 3 maart 2008 (insolventierecht)

    --

  • ECLI:NL:GHLEE:2006:AY4796Gerechtshof Leeuwarden, 21 juli 2006 (civiel recht)

    Bekrachtiging door het hof van de beschikking van de rechtbank tot homologatie van het akkoord in de surseance van Cambuur Leeuwarden.

  • ECLI:NL:RBAMS:2002:AD9668Rechtbank Amsterdam, 21 februari 2002 (insolventierecht)

    -

  • ECLI:NL:RBAMS:2000:AF0025Rechtbank Amsterdam, 3 juli 2000 (insolventierecht)

    Minnelijk traject is niet reeds mislukt als schuldeiser weigert rente en kosten stop te zetten; Ten onrechte afgegeven verklaring is géén verklaring

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.