Faillissementswet

Fw

Huidige tekst

Artikel 287b Fw

Geldt sinds 1 januari 2019

  1. 1

    Voorafgaand aan de behandeling van het verzoek, bedoeld in artikel 287a, eerste lid, kan de schuldenaar onderscheidenlijk kunnen burgemeester en wethouders indien een verzoek op de voet van artikel 284, vierde lid, is ingediend, in het verzoek, bedoeld in artikel 284, eerste lid, de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te geven indien er sprake is van een bedreigende situatie.

  2. 2

    Onder een bedreigende situatie, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering.

  3. 3

    Artikel 287a, tweede, derde, vierde en zevende lid, is van toepassing.

  4. 4

    De voorlopige voorziening strekt tot het van toepassing verklaren van de artikelen 304 of 305 alsmede tot een verbod tot het opzeggen of ontbinden van de zorgverzekering.

  5. 5

    De voorlopige voorziening wordt uitgesproken voor de duur van maximaal zes maanden.

  6. 6

    Een gemeentelijke kredietbank als bedoeld in de Wet financieel toezicht of een persoon of instelling als bedoeld in artikel 48, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet die namens de schuldenaar de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, brengt na afloop van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, verslag uit aan de rechtbank.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:562Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2024 (insolventierecht)

    Prejudiciële vragen art. 392 Rv (ECLI:NL:GHDHA:2023:2606). Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat de wettelijke schuldsanering eerder aanvangt dan met het…

  • ECLI:NL:PHR:2020:703Parket bij de Hoge Raad, 24 juni 2020 (civiel recht)

    Insolventierecht. Gedwongen schuldregeling (art. 287a Fw). Is verzoekster ontvankelijk in hoger beroep? Art. 292 lid 3 Fw en HR 14 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0966. Heeft rechter bevoegdheid om…

  • ECLI:NL:HR:2018:2197Hoge Raad, 30 november 2018 (civiel recht)

    Externe klachtprocedure (art. 13a RO). Klacht van advocaat tegen president rechtbank en gerechtsbestuur, in verband met doen van melding aan deken over gedraging advocaat. Bevoegdheid Hoge Raad. Is…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1339Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2018 (civiel recht)

    Externe klachtprocedure (art. 13a RO). Klacht van advocaat tegen president rechtbank en gerechtsbestuur, in verband met doen van melding aan deken over gedraging advocaat. Bevoegdheid Hoge Raad. Is…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14702Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen voor de duur van zes maanden

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14753Rechtbank Rotterdam, 21 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen voor de duur van zes maanden.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14355Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (insolventierecht)

    Moratorium toegewezen. Zes maanden. Huurtermijnen september en oktober 2026 zijn betaald. Voldoende aannemelijk dat lopende huurtermijnen zullen worden betaald. Belang inwonende minderjarige…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14365Rechtbank Rotterdam, 14 oktober 2026 (insolventierecht)

    Verzoek tweede moratorium. Voorlopige voorziening afgewezen. De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een moratorium voor meer dan zes maanden uit te spreken. Niet slagen eerste moratorium is toe…

789 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.