Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:255 BW

Gronden voor ondertoezichtstelling redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 augustus 2016

  1. 1

    De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling indien een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a.de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en b.de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 247, tweede lid, in staat zijn te dragen.

  2. 2

    De kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens zijn een ouder en degene die niet de ouder is en de minderjarige als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de kinderbescherming niet tot indiening van het verzoek overgaat.

  3. 3

    Indien de raad niet tot indiening van een verzoek tot ondertoezichtstelling overgaat nadat hij een verzoek tot onderzoek als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Jeugdwet heeft ontvangen, deelt hij dit schriftelijk mee aan het college van burgemeester en wethouders dat het verzoek heeft gedaan. De burgemeester kan na ontvangst van die mededeling de raad voor de kinderbescherming verzoeken het oordeel van de kinderrechter te vragen of het noodzakelijk is de minderjarige onder toezicht te stellen van een gecertificeerde instelling. De raad voor de kinderbescherming die van de burgemeester zodanig verzoek ontvangt, vraagt binnen twee weken na de dagtekening van dat verzoek het oordeel van de kinderrechter of een ondertoezichtstelling van de minderjarige moet volgen. In dat geval kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling ambtshalve uitspreken.

  4. 4

    De kinderrechter vermeldt in de beschikking de concrete bedreigingen in de ontwikkeling van de minderjarige alsmede de daarop afgestemde duur waarvoor de ondertoezichtstelling zal gelden.

  5. 5

    Indien het verzoek, bedoeld in het tweede lid, niet alle minderjarigen betreft over wie de ouders of de ouder het gezag uitoefenen, kan de kinderrechter dit op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of ambtshalve aanvullen, en deze minderjarigen, mits aan de grond van het eerste lid is voldaan, eveneens onder toezicht stellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:995Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Jeugdrecht. Machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265b BW). Bevoegdheid rechter om een machtiging uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin te verlenen als de GI heeft verzocht om een machtiging…

  • ECLI:NL:PHR:2026:847Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de…

  • ECLI:NL:PHR:2026:729Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Jeugdrecht. Verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW). Verlengingsduur van een jaar of korter? Mocht het hof het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling in…

  • ECLI:NL:PHR:2026:683Parket bij de Hoge Raad, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Vragen over mogelijkheid tot (verlenging van) ondertoezichtstelling door het hof nadat bestaande ondertoezichtstelling is geëindigd na afwijzende…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2926Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    bekrachtiging ondertoezichtstelling, artikel 1:255 lid 1 BW

  • ECLI:NL:GHARL:2026:6465Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing bij de andere gezaghebbende ouder. Het hof bekrachtigt de beschikkingen van de kinderrechter.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6327Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    Toewijzing ondertoezichtstelling. Er is sprake van strijd tussen de ouders. De kids hebben geen (regelmatig) contact met de ouder waar ze niet wonen en ze hebben last van persoonlijke problematiek.…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6329Rechtbank Overijssel, 7 oktober 2026 (civiel recht)

    OTS. Vader is veroordeeld voor misbruik van stiefdochter, komt vrij en gaat in de buurt van de kinderen wonen. Er moeten goede afspraken gemaakt worden over de (begeleide) omgang en over het…

5.402 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.