Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:58 BW

Geldt sinds 1 september 2015

  1. 1

    De ambtenaar van de burgerlijke stand verifieert, alvorens tot de voltrekking van het huwelijk over te gaan, opnieuw de rechtmatigheid van het verblijf in Nederland van de aanstaande echtgenoot die niet de Nederlandse nationaliteit bezit.

  2. 2

    Is de ambtenaar van de burgerlijke stand, in het geval geen rechtmatig verblijf bestaat op grond van artikel 8, onder b, d of e van de Vreemdelingenwet 2000, van oordeel dat het oogmerk van de aanstaande echtgenoten, of één hunner, niet is gericht op de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, maar op het verkrijgen van toelating tot Nederland, dan weigert hij de huwelijksakte op te maken overeenkomstig artikel 18c, tweede lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:6560Rechtbank Midden-Nederland, 16 december 2025 (personen- en familierecht)

    Artikel 1:27 BW. Schijnhuwelijk. De rechtbank is van oordeel dat de ABS, op basis van de destijds beschikbare informatie, op goede gronden zijn medewerking aan de aangifte en voltrekking van het…

  • ECLI:NL:RBOVE:2016:306Rechtbank Overijssel, 29 januari 2016 (personen- en familierecht)

    In plaats van een verzochte partnerschapsregistratie is door een administratieve fout bij de gemeente abusievelijk een huwelijksakte opgemaakt en ondertekend door partijen. Verzoek tot doorhaling van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.