Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:302 BW

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De rechter kan de voogdij opdragen aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

  2. 2

    Onverminderd diens bevoegdheid een natuurlijke persoon tot voogd te benoemen, kan de rechter de voogdij over een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is ingediend, en in verband daarmee in Nederland verblijft, alsmede over door Onze Minister van Justitie aan te wijzen categorieën andere minderjarigen, uitsluitend opdragen aan een daartoe door Onze Minister van Justitie aanvaarde rechtspersoon.

  3. 3

    Onze Minister van Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de aanvaarding, bedoeld in het tweede lid, en de rechtspersoon voor een bepaalde tijd aanvaarden.

  4. 4

    Op een rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, zijn de artikelen 303, 304, 305 en 328 van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2025:825Parket bij de Hoge Raad, 25 juli 2025 (civiel recht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Jeugdrecht. Plaatsing in een pleeggezin mogelijk als pleegzorgaanbieder niet achter de plaatsing staat? Formele pleegzorg (art. 5.1 Jeugdwet) en informele…

  • ECLI:NL:HR:2025:1011Hoge Raad, 27 juni 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Gezag. Procesrecht. Verzoek ouder tot belasting met gezag (art. 1:274 lid 2 BW) over minderjarige die onder voogdij gecertificeerde instelling (GI) staat. Geldt…

  • ECLI:NL:PHR:2025:406Parket bij de Hoge Raad, 4 april 2025 (personen- en familierecht)

    Familierecht. Gezag over minderjarige. Verplichte procesvertegenwoordiging voor gecertificeerde instelling? (art. 1:283 BW) Maatstaf voor beoordeling verzoek ex art. 1:274 lid 2 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2017:226Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2017 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Procesrecht. Gezag en omgang. Uit gezag ontheven moeder verzoekt uitbreiding van de omgangsregeling. In hoger beroep schorst het hof de omgangsregeling op verzoek van de…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:22069Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2025 (personen- en familierecht)

    Voorziening in de voogdij.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:6101Rechtbank Den Haag, 21 maart 2025 (personen- en familierecht)

    voorziening in de voogdij in verband met overlijden gezagsdragers

  • ECLI:NL:GHARL:2024:5379Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20 augustus 2024 (personen- en familierecht)

    Gezagsgeschil tussen vader en de GI als voogd. GI kan zich op grond van art. 1:283 BW voor zaken in verband met de uitoefening van de voogdij zonder advocaat tot de rechter wenden. Daaronder valt ook…

  • ECLI:NL:GHAMS:2024:591Gerechtshof Amsterdam, 12 maart 2024 (personen- en familierecht)

    Moeder was minderjarig ten tijde van de geboorte van het kind en op grond van artikel 1:246 BW onbevoegd tot het uitoefenen van het gezag. Voogdij bij de GI. Artikelen 1:295 en 1:299 BW.

40 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.