Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:140 BW

Geldt sinds 1 september 2002

  1. 1

    Op verzoek van de verrekenplichtige echtgenoot kan de rechter wegens gewichtige redenen bepalen dat een verschuldigde geldsom, al dan niet vermeerderd met een in de beschikking te bepalen rente, in termijnen of eerst na verloop van zekere tijd, hetzij ineens, hetzij in termijnen behoeft te worden voldaan. Hierbij let de rechter op de belangen van beide partijen. De rechter kan de verrekenplichtige echtgenoot verplichten binnen een bepaalde tijd zakelijke of persoonlijke zekerheid te stellen voor de voldoening van de verschuldigde geldsom.

  2. 2

    Hetgeen in het eerste lid omtrent een echtgenoot is bepaald, geldt op overeenkomstige wijze na zijn overlijden voor zijn rechtverkrijgenden onder algemene titel.

  3. 3

    Van het eerste en tweede lid kan niet worden afgeweken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1075Parket bij de Hoge Raad, 24 november 2023 (personen- en familierecht)

    Huwelijksvermogensrecht. Niet-uitgevoerd periodiek verrekenbeding. Beding tot verdeling van kosten van de huishouding. Uitleg huwelijkse voorwaarden. Moet vordering wegens kosten huishouding worden…

  • ECLI:NL:PHR:2022:34Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2022 (personen- en familierecht)

    Huwelijksvermogensrecht; afwikkeling finaal verrekenbeding; zijn vergoedingsrechten wettelijke gemeenschap van goederen naar analogie van HR 5 april 2019 van overeenkomstige toepassing?; motivering…

  • ECLI:NL:HR:2012:BV3103Hoge Raad, 30 maart 2012 (civiel recht)

    Niet-nakoming verrekenbeding uit huwelijkse voorwaarden. Bij echtscheiding gesloten overeenkomst over verrekening vermogen niet vernietigbaar op grond van art. 6:229 BW (voortbouwende…

  • ECLI:NL:PHR:2008:BC6582Parket bij de Hoge Raad, 30 mei 2008 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Einde wettelijk deelgenootschap van gewezen echtelieden; tijdstip van ontstaan van recht op uitkering van de ene deelgenoot jegens de andere deelgenoot; wettelijke rente.

  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2400Gerechtshof Amsterdam, 9 september 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Tweetrapsmaking (fideï-commis de residuo). Nagelaten landgoed is ingebracht in een B.V. Zijn de (certificaten van aandelen) in de B.V. krachtens zaaksvervanging tot het tweetrapsvermogen…

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:1229Rechtbank Oost-Brabant, 11 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Verzoek tot wijziging kinderalimentatie, beroep op rechtsverwerking slaagt niet.

  • ECLI:NL:GHARL:2024:2910Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25 april 2024 (personen- en familierecht)

    Alimentatieovereenkomst. Grove miskenning van de wettelijke maatstaven (art. 1:401 lid 5 BW), maar bewuste afwijking. Inspanningsverplichting.

  • ECLI:NL:RBROT:2024:2356Rechtbank Rotterdam, 26 februari 2024 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Partijen zijn in 1991 gehuwd onder huwelijkse voorwaarden. Partijen hebben daarin een periodiek verrekenbeding opgenomen. De rechtbank legt het begrip ‘inkomsten…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.