Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:323 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

Op verzoek van de voogden gezamenlijk of van een van hen beëindigt de rechter de gezamenlijke uitoefening van de voogdij. Alsdan bepaalt de rechter aan wie van beide voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen alleen zal toekomen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:954Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Artikel 1:323 BW. Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van de voogdij over de pleegkinderen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:615Gerechtshof Amsterdam, 14 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Beëindiging gezamenlijke voogdij. Beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks tekst artikel 1:282a BW. Omissie van de wetgever.

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:2775Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 mei 2022 (personen- en familierecht)

    Beëindiging gezamenlijke voogdij pleegouders na echtscheiding. Art. 1:323 BW

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:2570Gerechtshof Amsterdam, 10 augustus 2021 (personen- en familierecht)

    ontzetting / ontslag voogdij

  • ECLI:NL:GHARL:2021:5302Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 1 juni 2021 (personen- en familierecht)

    Artikel 1:253n BW. Eenhoofdig gezag. Een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar vanwege de strijd tussen de ouders. Geen…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.