Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:251a BW

Eenhoofdig gezag na scheiding door de rechter redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 maart 2009

  1. 1

    De rechter kan na ontbinding van het huwelijk anders dan door de dood of na scheiding van tafel en bed op verzoek van de ouders of van één van hen bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien: a.er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of b.wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

  2. 2

    De beslissing op grond van het eerste lid wordt gegeven bij de beschikking houdende scheiding van tafel en bed, echtscheiding dan wel ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed of bij latere beschikking.

  3. 3

    Indien een beslissing op grond van het eerste lid niet alle kinderen der echtgenoten betrof, vult de rechtbank haar aan op verzoek van een van de ouders, van de raad voor de kinderbescherming of ambtshalve.

  4. 4

    De rechter kan, indien hem blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op de voet van het eerste lid. Hetzelfde geldt indien de minderjarige de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:988Parket bij de Hoge Raad, 16 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Verzoek eenhoofdig gezag (art. 1:251a BW) en wijziging zorgregeling (art. 1:377e BW). Verhouding tot Indiase uitspraak. Misbruik van recht; schending van art. 21 Rv…

  • ECLI:NL:HR:2026:808Hoge Raad, 29 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheidingsprocedure. Verandering en vermeerdering verzoek in hoger beroep (art. 283 Rv in verbinding met art. 362 Rv). Nevenvoorziening in hoger beroep m.b.t. gezag…

  • ECLI:NL:PHR:2026:239Parket bij de Hoge Raad, 6 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheidingsprocedure. Verandering en vermeerdering verzoek in hoger beroep (art. 283 en art. 130 Rv in verbinding met art. 362 Rv). Nevenvoorziening in hoger beroep…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1047Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Mag de rechter gezamenlijk gezag toekennen onder de opschortende voorwaarde dat erkenning van de minderjarige heeft plaatsgevonden? Art. 1:253c BW. Terugbetaling…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14734Rechtbank Rotterdam, 23 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag en ontzegging omgang voor de duur van een jaar.

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:11506Rechtbank Limburg, 15 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Verzoek eenhoofdig gezag en verzoek wijziging kinderalimentatie; verzoek uitsluiten wettelijke indexering 1:402a lid 5 BW. Verzoeken deels afgewezen. Geen wijziging van omstandigheden ex art. 1:401…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2866Gerechtshof Amsterdam, 6 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Beëindiging gezamenlijk gezag. Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden het gezamenlijk gezag heeft beëindigd. Het is de afgelopen jaren niet gelukt om verbetering te…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6312Rechtbank Overijssel, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Verzoek eenhoofdig gezag. Kinderen geboren in Maleisie. Sprake van gezamenlijk gezag naar Maleisisch recht.

1.355 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.