Jeugdwet

Jw

Huidige tekst

Artikel 2.4 Jw

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    Zodra het college tot het oordeel komt dat een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente overwogen moet worden, doet het college een verzoek tot onderzoek bij de raad voor de kinderbescherming.

  2. 2

    Het college is ten behoeve van een jeugdige die zijn woonplaats heeft binnen zijn gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen, van de jeugdreclassering en van de jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke of civielrechtelijke beslissing, hetgeen in ieder geval inhoudt dat het college: a.voorziet in een toereikend aanbod van gecertificeerde instellingen, en b.de jeugdhulp inzet die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel, die noodzakelijk is in verband met de tenuitvoerlegging van een machtiging tot uithuisplaatsing als bedoeld in artikel 265b van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of die noodzakelijk is in verband met de tenuitvoerlegging van een machtiging tot gesloten jeugdhulp als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de Jeugdwet, alsmede de jeugdhulp inzet die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële jeugdinrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van jeugdreclassering.

  3. 3

    Het college draagt er zorg voor dat bij de uitvoering van de kinderbeschermingsmaatregelen en van de jeugdreclassering redelijkerwijs rekening wordt gehouden met: a.behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige en zijn ouders, en b.de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:117Centrale Raad van Beroep, 21 januari 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Verzoek om dwangsom afgewezen, de beslistermijn nog niet verstreken. Toekennen voorziening jeugdhulp…

  • ECLI:NL:RBMNE:2024:4150Rechtbank Midden-Nederland, 3 mei 2024 (personen- en familierecht)

    Wijziging zorgregeling en verzoeken in het kader van de geschillenregeling. De vader is niet bevoegd in het kader van de bepalingen in de ots-titel een verzoek te doen om een contactregeling of…

  • ECLI:NL:RBAMS:2022:6711Rechtbank Amsterdam, 30 november 2022 (verbintenissenrecht)

    In deze zaak stelt de moeder dat het te lang geduurd heeft voordat haar zoon passende jeugdhulp kreeg. Zij meent dat dit in strijd is met de Jeugdwet en met twee mensenrechtenverdragen (EVRM en…

  • ECLI:NL:RBLIM:2022:7529Rechtbank Limburg, 4 oktober 2022 (aanbestedingsrecht)

    Kort geding. Aanbesteding jeugdzorg. Inschrijving op goede gronden terzijde gelegd wegens niet voldoen aan ervarings- en geschiktheidseisen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2022:9827Rechtbank Noord-Holland, 22 augustus 2022 (personen- en familierecht)

    De Raad verzoekt om een machtiging uithuisplaatsingen van de minderjarigen. Hoewel diverse hulpverleners klaar staan, kunnen zij niet starten omdat de financiering voor deze hulpverleningstrajecten…

  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2326Gerechtshof Den Haag, 30 mei 2017 (civiel recht)

    Leerplichtwet artikel 5b. Thuisonderwijs wegens richtingsbezwaren. Gewijzigde Jeugdwet. Beleid. Toetsingsgesprek. Niet meewerken door ouders. Verzoek tot onderzoek bij de Raad gedaan door de…

  • ECLI:NL:GHARL:2015:8795Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 november 2015 (personen- en familierecht)

    Machtiging uithuisplaatsing. Besluit college ex 2.3 Jw.

  • ECLI:NL:RBNHO:2015:7167Rechtbank Noord-Holland, 8 juli 2015 (civiel recht)

    “Niet-ontvankelijkverklaring van een verzoek tot ondertoezichtstelling; vader (zonder gezag) als verzoeker; uitleg van art. 1:255 lid 2 BW; in het bijzonder de zinsnede “indien de RvdK niet tot…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.