Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:282 BW

Geldt sinds 1 januari 2024

  1. 1

    Op eensluidend verzoek van de voogd en een ander die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, kan de rechter bepalen dat de voogdij door hen gezamenlijk wordt uitgeoefend.

  2. 2

    Voor de duur van de gezamenlijke uitoefening van de voogdij worden beide in het eerste lid bedoelde personen als voogd aangemerkt.

  3. 3

    Het verzoek wordt afgewezen indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

  4. 4

    Gezamenlijke uitoefening van de voogdij is niet mogelijk ten aanzien van tijdelijke voogdij als bedoeld in de artikelen 296 en 297. Zij staat niet open voor rechtspersonen.

  5. 5

    Artikel 253a is van overeenkomstige toepassing.

  6. 6

    In afwijking van artikel 336 hebben twee voogden die gezamenlijk de voogdij uitoefenen, de plicht en het recht het minderjarige kind te verzorgen en op te voeden. Artikel 253w is, zolang de gezamenlijke voogdij voortduurt, ten aanzien van hen beiden van overeenkomstige toepassing, tenzij het betreft pleegouders die zijn belast met de gezamenlijke voogdij en die met een zorgaanbieder een pleegcontract hebben gesloten als bedoeld in artikel 5.2 van de Jeugdwet.

  7. 7

    Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan vergezeld gaan van een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind in de geslachtsnaam van een van de voogden, van beide voogden of van een voogd en de oorspronkelijke geslachtsnaam van het kind, in een vrij te bepalen volgorde. Artikel 5, veertiende lid, is van overeenkomstige toepassing. Een zodanig verzoek wordt afgewezen, indien: a.het kind van twaalf jaar of ouder ter gelegenheid van zijn verhoor niet heeft ingestemd met het verzoek; b.het verzoek tot gezamenlijke voogdij wordt afgewezen; of c.het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:909Parket bij de Hoge Raad, 7 oktober 2022 (personen- en familierecht)

    Curatele/Wzd. Geschil tussen twee curatoren over opname zoon in zorginstelling (art. 1:383 lid 10 BW). Heeft hof miskend dat de bijzondere regeling van art. 24 Wzd prevaleert boven de algemene…

  • ECLI:NL:PHR:2007:BA8447Parket bij de Hoge Raad, 30 november 2007 (civiel recht)

    Onrechtmatige overheidsdaad. Justitiële kinderbeschermingsmaatregel; onderhoudsplicht Staat jegens minderjarig kind; kostenvergoeding aan pleegouder die voogdij van de voogdij-instelling heeft…

  • ECLI:NL:HR:2000:AA8717Hoge Raad, 1 december 2000 (personen- en familierecht)

    -

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7169Rechtbank Midden-Nederland, 18 september 2026 (personen- en familierecht)

    Gezamenlijke voogdij artikel 1:282 BW, erkenning Oekraïnse beslissing

  • ECLI:NL:RBLIM:2025:4354Rechtbank Limburg, 18 april 2025 (personen- en familierecht)

    Artikelen 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) juncto 1:245, vijfde lid BW; Analoge toepassing van het bepaalde in artikel 1:253t BW bij het toekennen van gezamenlijk ouderlijk gezag aan de oma…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:1573Rechtbank Noord-Holland, 17 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Voogdijoverdracht en vaststelling omgangsregeling.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:3965Rechtbank Den Haag, 6 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Voorziening in de voogdij

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:384Rechtbank Den Haag, 14 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Voorziening in de voogdij. Beëindiging van het gezag van de moeder over de mj en benoeming van de grootouders van de mj tot voogden. Het verzoek is alleen mogelijk op eensluidend verzoek van de voogd…

25 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.