Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:452 BW

Benoeming van de mentor redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    De rechter die het mentorschap instelt, benoemt daarbij of zo spoedig mogelijk daarna een mentor. Hij vergewist zich van de bereidheid en vormt zich een oordeel over de geschiktheid van de te benoemen persoon.

  2. 2

    Zo nodig kan een tijdelijke mentor worden benoemd.

  3. 3

    De rechter volgt bij de benoeming van de mentor de uitdrukkelijke voorkeur van de betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.

  4. 4

    Tenzij het vorige lid is toegepast, wordt, indien de betrokkene is gehuwd, een geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel andere levensgezel tot mentor benoemd. Is de vorige zin niet van toepassing dan wordt bij voorkeur een van zijn ouders, kinderen, broers of zusters tot mentor benoemd. Huwt de betrokkene, gaat hij een geregistreerd partnerschap aan of verkrijgt hij een andere levensgezel, dan kan ieder van hen verzoeken, dat de echtgenoot, de geregistreerde partner dan wel de andere levensgezel van de betrokkene in de plaats van de tegenwoordige mentor wordt benoemd.

  5. 5

    Een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid komt voor benoeming tot mentor in aanmerking.

  6. 6

    De volgende personen kunnen niet tot mentor worden benoemd: a.handelingsonbekwamen; b.zij ten behoeve van wie een mentorschap is ingesteld; c.de direct betrokken of behandelend hulpverlener; d.personen behorende tot de leiding of tot het personeel van de instelling waar de betrokkene wordt verzorgd of die aan de betrokkene begeleiding biedt; e.personen verbonden met de instelling waar de betrokkene wordt verzorgd of die aan de betrokkene begeleiding biedt, doordat: 1° de instelling of personen behorende tot de leiding van de instelling, alleen of samen meer dan de helft van de stemrechten in de algemene vergadering van de rechtspersoon kunnen uitoefenen, dan wel meer dan de helft van de bestuurders of van de commissarissen van de rechtspersoon kunnen benoemen of ontslaan, 2° de persoon en de instelling deel uitmaken van een groep in de zin van artikel 24b van boek 2, of 3° de bestuurder van de rechtspersoon tevens behoort tot de leiding of het personeel van de instelling.

  7. 7

    Een andere persoon dan in het vierde lid bedoeld, die ten behoeve van drie of meer personen mentor, curator of bewindvoerder is, komt alleen dan voor benoeming in aanmerking indien deze wat zijn bedrijfsvoering en scholing betreft, alsmede, voor zover van toepassing, de werving, de scholing en begeleiding van en het toezicht op de personen door wie hij de taken van een mentor uitoefent, voldoet aan bij algemene maatregel van bestuur te stellen kwaliteitseisen, alsmede aan de verplichtingen bedoeld in artikel 15i van boek 3.

  8. 8

    De persoon, bedoeld in het zevende lid, legt aan de rechter die hem benoemt, over: a.zijn verklaring dat hij aan de in het zevende lid bedoelde kwaliteitseisen en verplichtingen voldoet, b.een verslag van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van boek 2, dan wel van een door de kantonrechter benoemde deskundige, van diens bevindingen over de wijze waarop aan de eisen wordt voldaan, en c.een verklaring van de accountant omtrent de balans en staat van baten en lasten, bedoeld in artikel 10 van boek 2, dan wel, voor zover van toepassing, omtrent de jaarrekening overeenkomstig titel 9 van boek 2. Artikel 396, zevende lid, van boek 2 is ten aanzien van artikel 393 lid 1 niet van toepassing. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de vorm en de inhoud van de verklaringen en het verslag, de benoeming van de deskundige, alsmede de wijze van overlegging. Toont de persoon aan dat hij in de twaalf maanden voorafgaande aan zijn benoeming de verklaring en het verslag, bedoeld in het zevende lid, onderdelen a en b, reeds aan de rechter heeft overgelegd, dan is hij van de overlegging van de verklaring en het verslag vrijgesteld. Toont de persoon aan dat hij in de 24 maanden voorafgaande aan zijn benoeming de verklaring, bedoeld in het zevende lid, onderdeel c, reeds aan de rechter heeft overgelegd, dan is hij van de overlegging van deze verklaring vrijgesteld.

  9. 9

    De rechter kan twee mentoren benoemen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Zijn er twee mentoren, dan kan ieder van hen de taken die aan een mentor toekomen, alleen verrichten. De rechter kan zo nodig een taakverdeling tussen de mentoren vaststellen. Bij verschil van mening tussen de mentoren beslist op verzoek van een van hen of op verzoek van een instelling als bedoeld in artikel 451, tweede lid, de kantonrechter. Deze kan ook een verdeling van de beloning vaststellen.

  10. 10

    De taak van de mentor vangt aan daags nadat de beschikking, houdende de benoeming, is verstrekt of verzonden, tenzij de beschikking een later tijdstip vermeldt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:419Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2026 (personen- en familierecht)

    Beschermingsbewind (art. 1:431 BW). Beloning professionele bewindvoerder. Uitleg art. 3, lid 5, onder b, Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Wanneer heeft professionele…

  • ECLI:NL:HR:2025:110Hoge Raad, 24 januari 2025 (civiel recht)

    Herstelbeschikking (ECLI:NL:HR:2024:1892). Art. 31 Rv. Ambtshalve herstel van een verschrijving.

  • ECLI:NL:HR:2024:1892Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Benoeming van bewindvoerder en mentor. Oproeping van alle kinderen als belanghebbenden. Wettelijke voorkeur voor persoon van bewindvoerder en mentor. Art. 1:435 lid 4 BW en…

  • ECLI:NL:HR:2024:1895Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod…

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:227Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 30 september 2026 (civiel recht)

    Ontslag curator en benoeming bewindvoerder en mentor. Machtiging instellen bodemprocedure tot ontruiming woning door bewindvoerder.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:1929Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2026 (personen- en familierecht)

    mentorschap en bewind. Bekrachtiging besteden beschikking. De verhoudingen tussen partijen zijn ernstig verstoord en de kantonrechter heeft terecht overwogen dat een professionele mentor en…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2096Gerechtshof Amsterdam, 14 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Ontslag mentor, benoeming opvolgend professioneel mentor. Wetsartikelen: 1:461 lid 1 sub e, 1:461 lid 2 BW, 1:451 lid & 2 BW, 1:452 lid 3 BW.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:3114Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Benoeming mentor, artikel 1:450 lid1, 1:451 lid 2 en 1:452 BW. De zoon en de dochter zijn ongeschikt om als mentor te fungeren.

234 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.