Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:341 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    In de boedelbeschrijving of in de verklaring, bedoeld in artikel 339 van dit boek, moet de voogd opgeven wat hij van de minderjarige heeft te vorderen. Bij gebreke hiervan zal hij zijn vorderingsrecht niet voor diens meerderjarigheid kunnen uitoefenen.

  2. 2

    Zolang de voogd zijn vorderingsrecht niet kan uitoefenen, draagt de hoofdsom van zijn vordering geen rente.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBGEL:2022:2123Rechtbank Gelderland, 25 maart 2022 (verbintenissenrecht)

    Huur woonruimte. Vordering tot ontruiming van het gehuurde afgewezen aangezien niet gebleken is van een tekortkoming aan de zijde van huurder.

  • ECLI:NL:RBGEL:2020:3016Rechtbank Gelderland, 8 juni 2020 (civiel recht)

    ontbinding huurovereenkomst, huurder staat onder bewind, ontruimingstermijn ivm corona, borgstellingsovereenkomst

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.