Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:56 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

Het huwelijk mag niet worden voltrokken, voordat de stuiting is opgeheven. Mocht het desniettemin voltrokken zijn hangende een geding tot opheffing van de stuiting, dan kan dit geding op verlangen van de opposant worden voortgezet en wordt het huwelijk nietig verklaard, indien de rechter de gegrondheid der stuiting aanvaardt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AD6632Parket bij de Hoge Raad, 1 februari 2002 (personen- en familierecht)

    -

  • ECLI:NL:RBDOR:2007:BB6577Rechtbank Dordrecht, 25 oktober 2007 (civiel recht)

    -Huwelijksvoornemen 91-jarige man met 85-jarige vrouw -Stuiting huwelijk door kinderen wegens dementie man -Opheffing stuiting in kort geding

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.