Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:345 BW

Rechtshandelingen waarvoor machtiging van de kantonrechter nodig is redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2023

  1. 1

    De voogd behoeft machtiging van de kantonrechter om de navolgende handelingen voor rekening van de minderjarige te verrichten: a.aangaan van overeenkomsten strekkende tot beschikking over goederen van de minderjarige, tenzij de handeling geld betreft, als een gewone beheersdaad kan worden beschouwd, of krachtens rechterlijk bevel geschiedt; b.giften doen, andere dan gebruikelijke, niet bovenmatige; c.een making of gift, waaraan lasten of voorwaarden zijn verbonden, aannemen; d.geld lenen of de minderjarige als borg of hoofdelijke medeschuldenaar verbinden; e.overeenkomen dat een boedel, waartoe de minderjarige gerechtigd is, voor een bepaalde tijd onverdeeld wordt gelaten.

  2. 2

    De kantonrechter kan bepalen dat de voogd zijn machtiging behoeft voor het innen van vorderingen van de minderjarige, het disponeren over saldi bij een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht daaronder begrepen.

  3. 3

    Voor het aangaan van een overeenkomst tot beëindiging van een geschil waarbij de minderjarige is betrokken, behoeft de voogd geen machtiging in het geval van artikel 87 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering of indien het voorwerp van de onzekerheid of het geschil een waarde van € 700 niet te boven gaat, noch indien de overeenkomst als een beheersdaad is te beschouwen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2022:1113Hoge Raad, 15 juli 2022 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Huwelijkse voorwaarden. Curatele. Handelingsbekwaamheid. Art. 1:381 BW. Hof bekrachtigt door kantonrechter aan curator verleende machtiging tot wijzigen van huwelijkse…

  • ECLI:NL:PHR:2021:566Parket bij de Hoge Raad, 15 juni 2021 (strafrecht)

    Conclusie AG. Beklag ex art. 552a Sv over conservatoir anderbeslag ex art. 94a Sv. De redenering van de rechtbank dat spaargeld op een rekening van een minderjarig kind van de verdachte tot het…

  • ECLI:NL:PHR:2018:162Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2018 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:113Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2018 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14495Rechtbank Rotterdam, 16 oktober 2026 (personen- en familierecht)

    Geen toestemming voor opname van BEM-rekening voor inrichtingskosten van meer dan € 4.000,- voor nieuwe kamer. Niet in belang minderjarige.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:5686Rechtbank Overijssel, 14 september 2026 (civiel recht)

    toest. voor (stortingen op) een bankrekening met BEM clausule

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:9091Rechtbank Noord-Holland, 20 juli 2026 (personen- en familierecht)

    De minderjarige heeft gelden ontvangen vanuit een nalatenschap. Deze gelden staan op een BEM-rekening. Moeder vraagt om toestemming om geld van de BEM-rekening te halen, ten behoeve van bijdrage aan…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:3807Rechtbank Overijssel, 24 juni 2026 (civiel recht)

    Machtiging minderjarige artikel 1:345 BW

118 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.