Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:252 BW

Gezamenlijk gezag van ouders die niet gehuwd zijn redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De ouders die niet met elkaar zijn gehuwd of een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan en niet het gezamenlijk gezag uitoefenen op grond van artikel 251b, eerste lid, oefenen het gezag over hun minderjarige kinderen gezamenlijk uit, indien dit op hun beider verzoek in het register, bedoeld in artikel 244, is aangetekend. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan niet worden gedaan ten aanzien van de kinderen over wie zij het gezag gezamenlijk hebben uitgeoefend.

  2. 2

    De aantekening wordt door de griffier geweigerd, indien op het tijdstip van het verzoek: a.één of beide ouders onbevoegd is tot het gezag; of b.het gezag van één van beide ouders is beëindigd en de andere ouder het gezag uitoefent; of c.een voogd met het gezag over het kind is belast; of d.de voorziening in het gezag over het kind is komen te ontbreken; of e.de ouder die het gezag heeft, dit gezamenlijk met een ander dan een ouder uitoefent.

  3. 3

    Tegen de weigering van de aantekening is alleen beroep mogelijk, indien zij heeft plaatsgevonden op grond van onbevoegdheid van één of beide ouders tot het gezag anders dan vanwege minderjarigheid of ondercuratelestelling. Alsdan kan de rechtbank worden verzocht de aantekening te gelasten. Zij wijst het verzoek af, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:952Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (personen- en familierecht)

    Kan een rechterlijke beslissing waarbij op grond van art. 1:253c BW het gezamenlijk gezag voor de ouders is vastgesteld nadien worden gewijzigd, ondanks dat deze bepaling niet wordt genoemd in art.…

  • ECLI:NL:PHR:2015:2006Parket bij de Hoge Raad, 25 september 2015 (personen- en familierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Appelprocesrecht. Vervangende toestemming tot verhuizing minderjarig kind naar Italië. Rol ouderschapsplan.

  • ECLI:NL:PHR:2014:703Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2014 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot…

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW6136Parket bij de Hoge Raad, 13 juli 2012 (civiel recht)

    Art. 81 RO. Gezamenlijk uitgeoefend gezag; verbod moeder bij wie kind hoofdverblijf heeft om niet buiten een bepaalde afstand van vader te gaan wonen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7386Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Verzoek eenhoofdig gezag toegewezen. Wijziging van omstandigheden ten opzichte van de situatie toen gezamenlijk gezag ontstond. Klem-criterium

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6597Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Verwijzing Uniform Hulpaanbod, aanhouden beslissing tav gezag en zorgregeling

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3666Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2026 (personen- en familierecht)

    Verklaring voor recht eenhoofdig gezag

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:4011Rechtbank Den Haag, 28 januari 2026 (personen- en familierecht)

    verklaring voor recht eenhoofdig gezag. IPR. aanhouden zelfstandige verzoeken wegens te late indiening

147 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.