Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:62 BW

Geldt sinds 1 september 2015

  1. 1

    Het huwelijk mag niet worden voltrokken vóór de veertiende dag na de datum waarop het voornemen om in het huwelijk te treden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand kenbaar is gemaakt.

  2. 2

    Het openbaar ministerie bij de rechtbank, binnen wier rechtsgebied de het voornemen om in het huwelijk te treden kenbaar is gemaakt, is bevoegd uit hoofde van gewichtige redenen vrijstelling te verlenen van de voorgeschreven wachttijd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2016:1043Parket bij de Hoge Raad, 13 september 2016 (strafrecht)

    Islamitisch huwelijk vóór burgerlijk huwelijk. Imam verricht vijf islamitische huwelijksplechtigheden voordat partijen hem hebben doen blijken dat hun huwelijk t.o.v. de ambtenaar van de burgerlijke…

  • ECLI:NL:PHR:2003:AF3804Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2003 (civiel recht)

    -

  • ECLI:NL:RBOVE:2016:306Rechtbank Overijssel, 29 januari 2016 (personen- en familierecht)

    In plaats van een verzochte partnerschapsregistratie is door een administratieve fout bij de gemeente abusievelijk een huwelijksakte opgemaakt en ondertekend door partijen. Verzoek tot doorhaling van…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.