Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:99 BW

Tijdstip van ontbinding van de gemeenschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    De gemeenschap wordt van rechtswege ontbonden: a.in geval van het eindigen van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door overlijden: op het tijdstip van overlijden; b.in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap door de rechter: op het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding onderscheidenlijk indiening van het verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap; c.in geval van scheiding van tafel en bed: op het tijdstip van indiening van het verzoek tot scheiding van tafel en bed; d.in geval van opheffing van de gemeenschap door een beschikking: op het tijdstip van indiening van het verzoek tot opheffing van de gemeenschap; e.in geval van beëindiging van het geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden: op het tijdstip waarop de overeenkomst tot beëindiging wordt gesloten; f.in geval van vermissing en een daarop gevolgd huwelijk of geregistreerd partnerschap: op het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 417, eerste lid, in kracht van gewijsde is gegaan; g.in geval van opheffing bij latere huwelijkse voorwaarden: op het tijdstip, bedoeld in artikel 120, eerste lid.

  2. 2

    De ontbinding van de gemeenschap door indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, alsmede door sluiting van een overeenkomst als bedoeld onder e, kan aan derden die daarvan onkundig waren slechts worden tegengeworpen, indien het desbetreffende verzoek dan wel de overeenkomst ingeschreven was in het huwelijksgoederenregister, bedoeld in artikel 116.

  3. 3

    Indien vast komt te staan dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b, c en d, dan wel een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onder e, niet meer kan leiden tot echtscheiding, ontbinding van het geregistreerd partnerschap, scheiding van tafel en bed, opheffing van de gemeenschap door een beschikking, onderscheidenlijk beëindiging van het geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden, worden alle gevolgen van de gemeenschap geacht steeds te hebben bestaan, alsof er geen verzoek was ingediend of overeenkomst was gesloten, tenzij zich inmiddels een andere grond voor ontbinding heeft voorgedaan. Nochtans wordt de geldigheid van rechtshandelingen die zijn verricht tussen het tijdstip van indiening van het verzoek of sluiting van de overeenkomst en het tijdstip waarop komt vast te staan dat het verzoek of de overeenkomst niet meer tot het in de eerste zin bedoelde gevolg kan leiden, beoordeeld naar het tijdstip van de handeling.

  4. 4

    Tezamen met een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onder b, c of d kan reeds overeenkomstig titel 7 van Boek 3 een vordering worden ingesteld tot verdeling van de gemeenschap, tot gelasten van de wijze van verdeling en tot vaststelling van de verdeling.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:697Parket bij de Hoge Raad, 28 juli 2023 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Geschil over geldvorderingen (stief)kinderen (art. 4:15 lid 1 BW). Uitkering door levensverzekeraar aan hypotheekbank in de, achteraf onjuist gebleken, veronderstelling dat de verzekering…

  • ECLI:NL:PHR:2023:188Parket bij de Hoge Raad, 17 februari 2023 (belastingrecht)

    Ongelijke verdeling bij huwelijkse voorwaarden; schenking, fraus legis en verblijvensbeding. A-G IJzerman heeft conclusie genomen over een wijziging bij huwelijksvoorwaarden van de gerechtigdheid in…

  • ECLI:NL:PHR:2022:34Parket bij de Hoge Raad, 14 januari 2022 (personen- en familierecht)

    Huwelijksvermogensrecht; afwikkeling finaal verrekenbeding; zijn vergoedingsrechten wettelijke gemeenschap van goederen naar analogie van HR 5 april 2019 van overeenkomstige toepassing?; motivering…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1010Parket bij de Hoge Raad, 29 oktober 2021 (personen- en familierecht)

    Procesrecht; huwelijksgoederenrecht; enkelvoudig behandelen-meervoudig beslissen; verdeling huwelijksgoederengemeenschap, peildatum waardering (voormalig) echtelijke woning, verhouding HR 23 november…

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:259Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 14 oktober 2026 (civiel recht)

    Gezamenlijk verzoek echtscheiding met verzoek aanhechting convenant. Echtscheiding toegewezen. Aanhechting convenant afgewezen. Onderzoek door Voogdijraad naar gezag, hoofdverblijfplaats…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14192Rechtbank Rotterdam, 16 september 2026 (personen- en familierecht)

    verdeling van de ontbonden wettelijke algehele gemeenschap van goederen, vergoedingsrecht n.a.v. schenking onder uitsluitingsclausule, regresvorderingen, in dictum wordt de wijze van verdeling gelast…

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:208Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 augustus 2026 (civiel recht)

    Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Voorlopige hoofdverblijfplaats. Voorlopige begeleide omgangsregeling. Communicatie. Voorlopige bijdrage kinderalimentatie.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10474Rechtbank Rotterdam, 24 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding, voortgezet gebruik echtelijke woning, gebruiksvergoeding, partnerbijdrage (geen verdiencapaciteit, aan zijde man rekening gehouden met alle eigenaarslasten), de verdeling van de…

305 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.