Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:207 BW

Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    Het ouderschap van een persoon kan, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind of op de grond dat deze als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, door de rechtbank worden vastgesteld op verzoek van: a.de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; b.het kind.

  2. 2

    Vaststelling van het ouderschap kan niet geschieden, indien: a.het kind twee ouders heeft; b.tussen de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon en de moeder van het kind krachtens artikel 41 geen huwelijk zou mogen worden gesloten; c.de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon een minderjarige is die de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, tenzij hij voordat hij deze leeftijd heeft bereikt is overleden.

  3. 3

    Het verzoek wordt door de moeder ingediend binnen vijf jaren na de geboorte van het kind of, in geval van onbekendheid met de identiteit van de vermoedelijke verwekker dan wel van onbekendheid met zijn verblijfplaats, binnen vijf jaren na de dag waarop de identiteit en de verblijfplaats aan de moeder bekend zijn geworden.

  4. 4

    Overlijdt het kind voordat vaststelling van het ouderschap heeft kunnen plaatsvinden, dan kan een afstammeling van het kind in de eerste graad de vaststelling van het ouderschap aan de rechtbank verzoeken, mits de in de aanhef van het eerste lid bedoelde persoon, nog in leven is. Het verzoek wordt gedaan binnen een jaar na de dag van overlijden of binnen een jaar nadat het overlijden ter kennis van de verzoeker is gekomen.

  5. 5

    De vaststelling van het ouderschap, mits de beschikking daartoe in kracht van gewijsde is gegaan, werkt terug tot het moment van de geboorte van het kind. Te goeder trouw door derden verkregen rechten worden hierdoor nochtans niet geschaad. Voorts ontstaat geen verplichting tot teruggave van vermogensrechtelijke voordelen, voor zover degene die hen heeft genoten ten tijde van het doen van het verzoek daardoor niet was gebaat.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:511Parket bij de Hoge Raad, 22 mei 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Binnenlandse adoptiezaak. Draagmoeder met spijt. Beoordeling van het vereiste voor adoptie dat het kind van zijn ouder (i.c. de draagmoeder) in de hoedanigheid van ouder…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1277Parket bij de Hoge Raad, 29 november 2024 (personen- en familierecht)

    Procesrecht. Personen- en familierecht. Vaststelling van vaderschap door DNA-onderzoek. Kritiek op deskundigenbericht en verzoek om nader deskundigenbericht. Vrijheid feitenrechter bij volgen en…

  • ECLI:NL:HR:2024:1370Hoge Raad, 4 oktober 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Afstamming. Is de vrouw belanghebbende bij verzoek tot vaststelling van vaderschap van haar overleden man (art. 798 lid 1 Rv, art. 1:207 BW?

  • ECLI:NL:PHR:2024:762Parket bij de Hoge Raad, 12 juli 2024 (personen- en familierecht)

    Vaststelling ouderschap (art. 1:207 BW); partner aangewezen vader ontvankelijk in appel?; belanghebbende (art. 798 lid 1 Rv); art. 6 EVRM; art. 1 EP EVRM.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26618Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Afwijzing gerechtelijke vaststelling vaderschap. Geen rechtsgeldig DNA-onderzoek.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26538Rechtbank Den Haag, 13 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Gerechtelijke vaststelling ouderschap en aanhouding gezamenlijk gezag

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:7053Rechtbank Gelderland, 13 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vernietiging erkenning door juridisch vader, vaststelling vaderschap biologische vader en geslachtsnaamwijziging. Verzoeker ontvankelijk ondanks overschrijding wettelijke termijn. Artikel 8 EVRM vs.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:25695Rechtbank Den Haag, 6 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Vernietiging erkenning naar Ghanees recht en gerechtelijke vaststelling vaderschap naar Nederlands recht. Rechtbank heeft het IJI advies gevraagd over de vraag of het Ghanese recht de rechtsfiguur…

471 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.