Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:253b BW

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    Indien ten aanzien van een kind alleen het moederschap vaststaat van de vrouw uit wie het kind is geboren of indien de ouders van een kind niet met elkaar gehuwd zijn dan wel gehuwd zijn geweest en zij het gezag niet gezamenlijk uitoefenen, oefent de moeder uit wie het kind is geboren van rechtswege het gezag over het kind alleen uit, tenzij zij bij haar bevalling onbevoegd tot het gezag was.

  2. 2

    De in het eerste lid bedoelde moeder die ten tijde van haar bevalling onbevoegd was tot het gezag, verkrijgt dit van rechtswege op het tijdstip waarop zij daartoe bevoegd wordt, tenzij op dat tijdstip een ander met het gezag is belast.

  3. 3

    Indien op bedoeld tijdstip een ander het gezag heeft, kan de tot het gezag bevoegde ouder de rechtbank verzoeken hem met het gezag over het kind te belasten.

  4. 4

    Wanneer de andere ouder het gezag over het kind uitoefent, wordt dit verzoek slechts ingewilligd, indien de rechter dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.

  5. 5

    Wanneer een voogd het gezag over het kind uitoefent, wordt het verzoek slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1895Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod…

  • ECLI:NL:PHR:2024:952Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (personen- en familierecht)

    Kan een rechterlijke beslissing waarbij op grond van art. 1:253c BW het gezamenlijk gezag voor de ouders is vastgesteld nadien worden gewijzigd, ondanks dat deze bepaling niet wordt genoemd in art.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:973Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2024 (personen- en familierecht)

    Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2020:22Parket bij de Hoge Raad, 10 januari 2020 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Gezag. Uitleg art. 1:253c lid 2 BW. Kan de rechter, indien hij oordeelt dat is voldaan aan het 'klemcriterium', toch gezamenlijk gezag toekennen?

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:7260Rechtbank Midden-Nederland, 25 september 2026 (personen- en familierecht)

    Beeindiging voogdij, toekennen gezag aan beide ouders, vaststellen zorgregeling. Ondertoezichtstelling voor een periode van zes maanden.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5785Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 september 2026 (personen- en familierecht)

    1:253b BW. Procedure tussen moeder en grootmoeder over gezag na voogdij. Gegronde vrees dat als de moeder gezag krijgt de belangen van het kind worden verwaarloosd. Verzoek 810a Rv.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8981Rechtbank Rotterdam, 15 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Grootouders zij belast met de voogdij over de minderjarige omdat de moeder tijdens de geboorte van de minderjarige minderjarig was. Beide ouders verzoeken in een apart verzoek hen te belasten met het…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:22704Rechtbank Den Haag, 14 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in een gezinsgerichte voorziening voor de resternde duur. Toetsing perspectief op verzoek van de gecertificeerde…

172 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.