Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:88 BW

Toestemming van de echtgenoot voor bepaalde rechtshandelingen redactionele omschrijving

Geldt sinds 29 januari 2019

  1. 1

    Een echtgenoot behoeft de toestemming van de andere echtgenoot voor de volgende rechtshandelingen: a.overeenkomsten strekkende tot vervreemding, bezwaring of ingebruikgeving en rechtshandelingen strekkende tot beëindiging van het gebruik van een door de echtgenoten tezamen of door de andere echtgenoot alleen bewoonde woning of van zaken die bij een zodanige woning of tot de inboedel daarvan behoren; b.giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige; c.overeenkomsten die ertoe strekken dat hij, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt, of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van de derde verbindt; d.overeenkomsten van goederenkrediet als bedoeld in artikel 84 van Boek 7, behalve indien zij zaken betreffen die kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk ten behoeve van de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf strekken.

  2. 2

    De echtgenoot behoeft de toestemming niet, indien hij tot het verrichten der rechtshandeling is verplicht op grond van de wet of op grond van een voorafgaande rechtshandeling waarvoor die toestemming is verleend of niet was vereist.

  3. 3

    De toestemming moet schriftelijk of langs elektronische weg worden verleend, indien de wet voor het verrichten van de rechtshandeling een vorm voorschrijft.

  4. 4

    In afwijking van lid 1, onder b, is geen toestemming vereist voor giften welke de strekking hebben dat zij pas zullen worden uitgevoerd na het overlijden van degene die de gift doet, en niet reeds tijdens diens leven worden uitgevoerd. Bestaat de gift in de aanwijzing van een begunstigde bij een sommenverzekering die tijdens het leven van de verzekeringnemer is aanvaard of kan worden aanvaard, dan is daarvoor wel toestemming vereist.

  5. 5

    Toestemming voor een rechtshandeling als bedoeld in lid 1 onder c, is niet vereist, indien zij wordt verricht door een bestuurder van een naamloze vennootschap of van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die daarvan alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid der aandelen houdt en mits zij geschiedt ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van die vennootschap.

  6. 6

    Indien de andere echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te verklaren of zijn toestemming niet verleent, kan de beslissing van de rechtbank worden ingeroepen.

  7. 7

    Dit artikel is van toepassing ongeacht het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensstelsel van de echtgenoten, indien de andere echtgenoot zijn gewone verblijfplaats heeft in Nederland ten tijde van het verrichten van een rechtshandeling, bedoeld in het eerste lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:740Parket bij de Hoge Raad, 17 juli 2026 (verbintenissenrecht)

    Rechtspersonenrecht (splitsing). Verbintenissenrecht (borgstelling, dwaling, bancaire zorgplicht). Procesrecht (stelplicht en bewijslast, bewijsaanbod, gezag van gewijsde).

  • ECLI:NL:HR:2026:1224Hoge Raad, 10 juli 2026 (civiel recht)

    Contractenrecht. Vraag of echtgenoot van eigenaar/verkoper van woning ook partij is bij koopovereenkomst; passeren bewijsaanbod. Beoordeling gebreken aan woning.

  • ECLI:NL:HR:2026:846Hoge Raad, 5 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    WSNP. Art. 350 Fw en art. 288 Fw. Verzoek van schuldeiser tot tussentijdse beëindiging. Feiten en omstandigheden die reden zouden zijn geweest verzoek tot toelating af te wijzen? Goede trouw-toets.…

  • ECLI:NL:HR:2026:844Hoge Raad, 5 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding; verdeling. Procesrecht; ontvankelijkheid in cassatie. Uitspraak als bedoeld in art. 3:300 lid 2 BW; inschrijving in rechtsmiddelenregister (art. 3:301 lid 2…

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2915Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2916Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2919Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2922Gerechtshof Amsterdam, 13 oktober 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard? Bewijsopdracht

1.756 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.