Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:264 BW

Vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Op verzoek van een met het gezag belaste ouder of de minderjarige van twaalf jaar of ouder kan de kinderrechter een schriftelijke aanwijzing geheel of gedeeltelijk vervallen verklaren. Het verzoek heeft geen schorsende kracht, tenzij de kinderrechter het tegendeel bepaalt.

  2. 2

    Bij de indiening van het verzoek wordt de beslissing van de gecertificeerde instelling overgelegd.

  3. 3

    De termijn voor het indienen van het verzoek bedraagt twee weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beslissing is verzonden of uitgereikt.

  4. 4

    Ten aanzien van een na afloop van deze termijn ingediend verzoek blijft niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien de verzoeker redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden in verzuim te zijn geweest.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:729Parket bij de Hoge Raad, 10 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Jeugdrecht. Verlenging van machtiging tot uithuisplaatsing (art. 1:265c lid 2 BW). Verlengingsduur van een jaar of korter? Mocht het hof het perspectiefbesluit van de gecertificeerde instelling in…

  • ECLI:NL:HR:2024:1895Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod…

  • ECLI:NL:PHR:2024:973Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2024 (personen- en familierecht)

    Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2023:1034Parket bij de Hoge Raad, 17 november 2023 (personen- en familierecht)

    Valt een beslissing ex art. 1:265d BW onder het rechtsmiddelenverbod van art. 807 Rv? Gezagsbeëindiging ex art. 1:266 BW en het maken van een ‘echte’ belangenafweging op grond van art. 8 lid 2 EVRM

  • ECLI:NL:RBROT:2026:14626Rechtbank Rotterdam, 25 september 2026 (personen- en familierecht)

    Verzoek vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing - afgewezen.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:13038Rechtbank Rotterdam, 31 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Verlenging MUHP pleeggezin voor de duur van de ots en niet-ontvankelijk verklaring verzoek vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing i.v.m. overschrijding wettelijke termijn.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:26346Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    vervallenverklaring schriftelijke aanwijzing wordt afgewezen

  • ECLI:NL:RBROT:2026:11600Rechtbank Rotterdam, 10 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Beschikking van de kinderrechter

401 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.