Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:411 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

Het bewind eindigt: a.door een gezamenlijk besluit van de rechthebbende en de bewindvoerder; b.door opzegging door de rechthebbende aan de bewindvoerder met inachtneming van een termijn van een maand; c.wanneer de dood van de rechthebbende komt vast te staan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2023:7889Rechtbank Noord-Holland, 16 augustus 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Na doorhaling zaak op verzoek van eisende partij, verzoekt gedaagde een proceskostenveroordeling. Dit verzoek wordt afgewezen, proceskosten worden gecompenseerd op grond van familierelatie.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:10145Rechtbank Rotterdam, 18 oktober 2021 (personen- en familierecht)

    Erfrecht. Inkorting.

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:15122Rechtbank Den Haag, 27 augustus 2019 (civiel recht)

    Afwezigheidsbewind. Twee erfgenamen zijn onbereikbaar omdat van hun geen adres bekend is. Eén van hen woont waarschijnlijk in Australië. De ander heeft in Nederland gewoond en leidt volgens zijn…

  • ECLI:NL:GHSHE:2016:4410Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 oktober 2016 (civiel recht)

    overeenkomst tussen zorgverlener en onder bewind gestelde. positie bewindvoerder. verhaal op onder bewind gesteld vermogen.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.