Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:267 BW

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar ministerie. Tevens is degene die niet de ouder is en de minderjarige gedurende ten minste een jaar als behorende tot zijn gezin verzorgt en opvoedt bevoegd tot het doen van het verzoek indien de raad voor de kinderbescherming niet tot een verzoek overgaat.

  2. 2

    Indien de raad niet tot een verzoek als bedoeld in het eerste lid overgaat nadat hij een verzoek tot onderzoek hiertoe van de gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling over de minderjarige uitvoert, heeft ontvangen, deelt hij dit schriftelijk mee aan die gecertificeerde instelling. De gecertificeerde instelling kan na ontvangst van die mededeling de raad voor de kinderbescherming verzoeken het oordeel van de rechtbank te vragen of beëindiging van het gezag het noodzakelijk is. De raad voor de kinderbescherming die van de gecertificeerde instelling zodanig verzoek ontvangt, vraagt binnen twee weken na de dagtekening van dat verzoek het oordeel van de rechtbank of een beëindiging van het gezag moet volgen. In dat geval kan de rechtbank de beëindiging van het gezag ambtshalve uitspreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:434Parket bij de Hoge Raad, 17 april 2024 (personen- en familierecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Is de Gecertificeerde Instelling in een procedure tussen ouders over gezag en/of omgang belanghebbende?

  • ECLI:NL:PHR:2023:310Parket bij de Hoge Raad, 17 maart 2023 (personen- en familierecht)

    Cassatie in belang der wet. Kan een perspectiefbesluit van de GI op grond van art. 1:262b BW aan de kinderrechter ter toetsing worden voorgelegd? Is hoger beroep en cassatie mogelijk?

  • ECLI:NL:HR:2022:684Hoge Raad, 13 mei 2022 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1111Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2021 (personen- en familierecht)

    Verzoek eenhoofdig gezag door beide ouders die belast zijn met gezamenlijk gezag. Rb heeft gezamenlijk gezag over de kinderen voor één jaar beëindigd. In een latere beschikking heeft Rb vader belast…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6262Rechtbank Overijssel, 5 oktober 2026 (civiel recht)

    Meervoudige kamer. Gezagsbeëindiging. De Raad heeft onderzoek gedaan en besloten geen verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader te doen. De GI is het hier niet mee eens en heeft de Raad op…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5839Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 september 2026 (personen- en familierecht)

    Gezagsbeëindiging van de moeder op verzoek van de pleegouders.

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:3715Rechtbank Noord-Nederland, 28 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Gezagsbeëindiging. De Raad heeft onderzoek gedaan en besloten geen verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader te doen. De GI is het hier niet mee eens en heeft de Raad op grond van artikel…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:7818Rechtbank Limburg, 22 juli 2026 (civiel recht)

    Beëindiging gezag vader op verzoek van partner van overleden moeder. Benoeming partner tot voogd. Art. 1:266-1:267 BW, art. 3 IVRK, art. 8 EVRM. Partner en moeder nooit samengewoond.…

136 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.