Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:253p BW

Geldt sinds 1 juli 2023

  1. 1

    In de gevallen waarin door de rechter het gezag wordt opgedragen aan beide ouders of aan een ouder alleen, neemt dit een aanvang zodra de desbetreffende beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, of, indien zij uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, daags nadat de beschikking is verstrekt of verzonden.

  2. 2

    Na de gerechtelijke ontbinding van het huwelijk of van het geregistreerd partnerschap of na scheiding van tafel en bed begint het gezag nochtans niet voordat de beschikking houdende ontbinding van het huwelijk of van het geregistreerd partnerschap is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand of voordat de beschikking houdende scheiding van tafel en bed is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister, aangewezen in artikel 116.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:701Parket bij de Hoge Raad, 9 juli 2021 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Kan bevel tot terugverhuizing worden gegeven aan een ouder die, toen deze ouder alleen met het gezag over het kind was belast, met onbekende bestemming is verhuisd?…

  • ECLI:NL:PHR:2018:1485Parket bij de Hoge Raad, 19 oktober 2018 (personen- en familierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Personen- en familierecht. Gezag en omgangsregeling. Had hof verzoek om deskundigenonderzoek moeten inwilligen? Art. 810a lid 2 Rv. Motiveringsklachten. Samenhang met zaak 18/01172.

  • ECLI:NL:HR:2018:1414Hoge Raad, 31 augustus 2018 (personen- en familierecht)

    Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Alimentatie. Laat de bijzondere regeling voor voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure (art. 821-826 Rv) ruimte voor het vaststellen…

  • ECLI:NL:PHR:2018:632Parket bij de Hoge Raad, 25 mei 2018 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Alimentatie. Laat de bijzondere regeling voor voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure (art. 821-826 Rv) ruimte voor het vaststellen…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:30672Rechtbank Den Haag, 18 september 2026 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Toewijzing eenhoofdig gezag aan de vrouw. Kinderalimentatie en partneralimentatie. De man heeft onvoldoende inzage gegeven in zijn inkomenssituatie. De rechtbank…

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:4798Rechtbank Overijssel, 23 juli 2026 (civiel recht)

    Beëindiging gezamenlijk gezag in het belang van het kind. De moeder speelt geen actieve rol in het leven van het kind en is onvoldoende bereikbaar.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:4825Rechtbank Rotterdam, 2 april 2026 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voorziening art. 223 Rv over de zorgregeling wel ontvankelijk in een echtscheidingsprocedure. De echtscheidingsbeschikking al is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, maar…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:9747Rechtbank Den Haag, 17 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Hoofdverblijfplaats. Eenhoofdig gezag toegewezen. Omgangsregeling. Kinderalimentatie. Verdeling van de gemeenschap.

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.