Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:280 BW

Geldt sinds 1 september 2017

De voogdij begint: a. voor de voogd die door een ouder is benoemd: op het tijdstip waarop hij zich na het overlijden van deze ouder bereid verklaart de voogdij te aanvaarden. De verklaring moet door de betrokkene in persoon of bij bijzondere gevolmachtigde worden afgelegd ter griffie van de rechtbank die overeenkomstig de tweede afdeling van de derde titel van het eerste boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in zaken betreffende minderjarigen bevoegd is. De verklaring moet worden afgelegd binnen veertien dagen, of - indien de persoon, die de verklaring moet afleggen, zich buiten Nederland bevindt - binnen twee maanden, nadat de benoeming is betekend. Tot betekening kan iedere belanghebbende, alsmede de raad voor de kinderbescherming opdracht geven. b. voor de voogd die - nadat hij zich bereid heeft verklaard de voogdij te aanvaarden - door de rechter is benoemd: op de dag, waarop de beslissing die de benoeming inhoudt, in kracht van gewijsde is gegaan, of - zo deze uitvoerbaar bij voorraad is verklaard - daags nadat de beslissing die de benoeming inhoudt, is verstrekt of verzonden. Een mondelinge bereidverklaring geschiedt ten overstaan van de rechter die benoemt; een schriftelijke bereidverklaring wordt ingediend ter griffie waar de benoeming zal geschieden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:632Parket bij de Hoge Raad, 25 mei 2018 (civiel recht)

    Cassatie in het belang der wet. Familieprocesrecht. Alimentatie. Laat de bijzondere regeling voor voorlopige voorzieningen tijdens de scheidingsprocedure (art. 821-826 Rv) ruimte voor het vaststellen…

  • ECLI:NL:PHR:2014:345Parket bij de Hoge Raad, 25 april 2014 (civiel recht)

    Onrechtmatige daad. Verjaring vordering op grond van gevoerd voogdijbewind, art. 1:377 (oud) BW. Overgangsrecht, art. 73 Ow NBW en Invoeringswet Boeken 3, 5 en 6 NBW. Gronden voor verlenging?…

  • ECLI:NL:PHR:2011:BS8795Parket bij de Hoge Raad, 18 november 2011 (personen- en familierecht)

    Art. 81 RO. Familierecht. Testamentaire voogdij; art. 1:280, 292, 301 BW.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BI0586Parket bij de Hoge Raad, 12 juni 2009 (personen- en familierecht)

    Familierecht; ontzetting uit voogdij (81 RO).

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:8962Rechtbank Oost-Brabant, 13 november 2025 (personen- en familierecht)

    Hoogtechnologisch draagmoederschap. De familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de wensouders zoals die naar het toepasselijke Oekraïense recht zijn vastgesteld en neergelegd in de…

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3568Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2025 (personen- en familierecht)

    ‘Het voorlopig toevertrouwen van de voogdij aan een GI is een kinderbeschermingsmaatregel. Een bereidheidsverklaring is dan ook niet van toepassing op voorlopige voogdij. De kinderrechter wijzigt de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2721Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 april 2025 (personen- en familierecht)

    Verzoek tijdelijke voogdij op verzoek van de Raad. Moeder overleden, eenhoofdig gezag. Vader onbekend. Testamentair voogd aangewezen. Tijdelijk niet in staat om te aanvaarden. Gezagsvacuüm onstaan.…

  • ECLI:NL:RBNHO:2025:1573Rechtbank Noord-Holland, 17 februari 2025 (personen- en familierecht)

    Voogdijoverdracht en vaststelling omgangsregeling.

37 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.