Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:253d BW

Geldt sinds 1 april 2014

  1. 1

    Indien de voorziening in het gezag over een kind, bedoeld in artikel 253b, eerste lid, komt te ontbreken, kunnen beide ouders voor zover zij tot het gezag bevoegd zijn – de rechtbank verzoeken met het gezag onderscheidenlijk gezamenlijk gezag te worden belast.

  2. 2

    Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt slechts afgewezen, indien gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

  3. 3

    Hebben beiden een verzoek ingediend anders dan tot gezamenlijke gezagsuitoefening, dan willigt de rechter het verzoek in van degene wiens gezag over het kind hij het meeste in het belang van het kind oordeelt.

  4. 4

    Indien, voordat over het verzoek van één ouder is beslist, de andere ouder van rechtswege het gezag over het kind verkrijgt, willigt de rechter het verzoek slechts in, indien hij dit in het belang van het kind wenselijk oordeelt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOBR:2026:4322Rechtbank Oost-Brabant, 11 februari 2026 (personen- en familierecht)

    Op verzoek van de raad voor de kinderbescherming belast de rechtbank een moeder van 18 jaar met het gezag over haar kind. De rechtbank overweegt dat de raad bevoegd is om een dergelijk verzoek te…

  • ECLI:NL:RBROT:2019:9173Rechtbank Rotterdam, 8 november 2019 (personen- en familierecht)

    Voogdes (oma) is in 2006 overleden. Nadien is niet in het gezag voorzien. Ernstige ontwikkelingsbedreiging minderjarige. Verweer van de moeder tegen de voorlopige voogdij bij de GI en zelfstandig…

  • ECLI:NL:RBDHA:2018:1974Rechtbank Den Haag, 16 februari 2018 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voorzieningen, gezag, IPR

  • ECLI:NL:RBMAA:2011:BQ2069Rechtbank Maastricht, 11 april 2011 (personen- en familierecht)

    Wettelijke criteria voor ambtshalve toewijzing van gezag aan inmiddels gezagsbevoegd geworden moeder na overlijden van de voogd.

  • ECLI:NL:GHSGR:2010:BQ8233Gerechtshof 's-Gravenhage, 28 juli 2010 (personen- en familierecht)

    voogdij en gezag, artikel 1:253 d tweede lid BW

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.