Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:462 BW

Geldt sinds 1 januari 2014

  1. 1

    Het mentorschap eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of ondercuratelestelling van de betrokkene.

  2. 2

    De kantonrechter kan, indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat of voortzetting van het mentorschap niet zinvol is gebleken, het mentorschap opheffen, zulks op verzoek van de mentor of van degene die gerechtigd is mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 451, eerste en tweede lid, dan wel ambtshalve. De beschikking treedt in werking zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan, tenzij zij een eerder tijdstip van ingang aanwijst.

  3. 3

    Degene die gerechtigd is de instelling van het mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 451, eerste en tweede lid, alsmede de mentor, kan verzoeken om verlenging van het mentorschap dat voor een bepaalde tijdsduur is ingesteld. De kantonrechter beslist binnen twee maanden na het indienen van het verzoekschrift. Artikel 384 is van overeenkomstige toepassing. Tegen de afwijzing van een verzoek tot verlenging staat geen hogere voorziening open.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW3213Parket bij de Hoge Raad, 22 juni 2012 (civiel recht)

    Curatele; art. 1:378, 380 BW. Mentorschap in combinatie met provisionele bewindvoering. Procesrecht; miskenning grenzen rechtsstrijd.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2624Gerechtshof Amsterdam, 15 september 2026 (personen- en familierecht)

    mentorschap en bewind. Het hof acht voortzetting van het bewind voorlopig noodzakelijk. Gronden voor een mentorschap waren achteraf bezien niet aanwezig.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2454Gerechtshof Amsterdam, 1 september 2026 (civiel recht)

    (ambtshalve) opheffing bewind en mentorschap. Artikel: 1:449 lid 2 BW en 1:462 lid 2 BW.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:2146Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Artikelen 1:449 BW en 1:462 BW. Opheffing bewind en mentorschap.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:422Gerechtshof Amsterdam, 24 februari 2026 (personen- en familierecht)

    Opheffing onderbewindstelling en mentorschap met ingang van 10 maart 2026.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:952Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 19 februari 2026 (personen- en familierecht)

    Bewind en mentorschap. Geen sprake meer van problematische schulden maar wel van verkwisting. Wel gronden voor toewijzing verzoek tot opheffing mentorschap.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:124Gerechtshof Amsterdam, 20 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Instelling mentorschap.

  • ECLI:NL:GHARL:2025:8051Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16 december 2025 (personen- en familierecht)

    Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de mentor af.

67 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.