Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:249 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

De minderjarige dient rekening te houden met de aan de ouder of voogd in het kader van de uitoefening van het gezag toekomende bevoegdheden, alsmede met de belangen van de overige leden van het gezin waarvan hij deel uitmaakt.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHARL:2016:2624Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 8 maart 2016 (civiel recht)

    In acht te nemen normen en belangen bij bepaling hoofdverblijf minderjarige in kort geding

  • ECLI:NL:RBZWB:2013:3284Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 21 maart 2013 (civiel recht)

    Machtiging tot uithuisplaatsing en nuancering van de beslissingsbevoegdheid van de ouder van de jeugdige.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.