Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:256 BW

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De kinderrechter kan een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 is ingediend en die in verband daarmee in een centrum als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft, onder toezicht stellen van een daartoe door Onze Minister van Justitie aanvaarde rechtspersoon.

  2. 2

    Onze Minister van Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de aanvaarding, bedoeld in het eerste lid, en de rechtspersoon voor een bepaalde tijd aanvaarden.

  3. 3

    Op de ondertoezichtstelling en een rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid zijn de bepalingen van de afdelingen 4 en 5 alsmede artikel 326 van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    In geval van vervanging van de rechtspersoon op grond van artikel 259, wordt een gecertificeerde instelling benoemd die een contract of een subsidierelatie heeft met de gemeente waar de minderjarige zijn woonplaats als bedoeld in de Jeugdwet heeft. Hetzelfde geldt indien de rechtspersoon niet meer voldoet aan de eisen voor benoeming, bedoeld in het eerste lid, in welk geval de kinderrechter ambtshalve tot vervanging overgaat, tenzij voortzetting van de taken door bedoelde rechtspersoon om reden van continuïteit noodzakelijk is.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2018:162Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2018 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:113Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2018 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk…

  • ECLI:NL:HR:2014:2665Hoge Raad, 12 september 2014 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot…

  • ECLI:NL:PHR:2014:703Parket bij de Hoge Raad, 27 juni 2014 (civiel recht)

    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Familierecht. Ondertoezichtstelling. Recht van hoger beroep voor belanghebbende (art. 806 lid 1 en 798 lid 1 Rv). Is de ouder zonder gezag in een procedure tot…

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:22069Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2025 (personen- en familierecht)

    Voorziening in de voogdij.

  • ECLI:NL:OGEABES:2024:124Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 november 2024 (civiel recht)

    Het gerecht bepaalt dat de GI in Nederland als gezinsvoogd over twee minderjarigen, met onmiddellijke ingang wordt vervangen door ZJCN nu de minderjarige sinds een jaar op Bonaire wonen.

  • ECLI:NL:OGEAA:2019:463Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 18 juni 2019 (civiel recht)

    ondertoezichtstelling minderjarigen

  • ECLI:NL:OGEAA:2019:108Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 5 februari 2019 (civiel recht)

    EJ, moeder geen vertrouwen in gezinsvoogd, onvoldoende vruchtbare samenwerking, vicieuze cirkel, heropenen onderzoek.

83 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.