Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:306a BW

Geldt sinds 1 januari 2015

De zesde afdeling van deze titel is niet van toepassing op de uitoefening van de voorlopige voogdij als bedoeld in de artikelen 241, 268 en 331.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3568Rechtbank Midden-Nederland, 25 juni 2025 (personen- en familierecht)

    ‘Het voorlopig toevertrouwen van de voogdij aan een GI is een kinderbeschermingsmaatregel. Een bereidheidsverklaring is dan ook niet van toepassing op voorlopige voogdij. De kinderrechter wijzigt de…

  • ECLI:NL:RBROT:2025:2949Rechtbank Rotterdam, 31 januari 2025 (personen- en familierecht)

    Verzoek gezag en ondertoezichtstelling.

  • ECLI:NL:RBROT:2024:2922Rechtbank Rotterdam, 20 maart 2024 (personen- en familierecht)

    Voogdij en ouderlijk gezag. Na het overlijden van de moeder verzoekt stiefvader het gezag dan wel de voogdij over alle vier de minderjarigen. De raad verzoekt uiteindelijk de GI tot voogd te benoemen…

  • ECLI:NL:RBROT:2020:1336Rechtbank Rotterdam, 14 februari 2020 (personen- en familierecht)

    Beschikking handhaving voorlopige voogdij, handhaving voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Gelet op de artikelen 1:306a en 1:326 BW is een combinatie van beide…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.