Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:251b BW

Geldt sinds 1 januari 2023

  1. 1

    De moeder en de persoon die een kind heeft erkend oefenen het gezag over hun kind gezamenlijk uit, tenzij: a.een voogd met de voogdij over het kind is belast; b.de voorziening in het gezag over het kind is komen te ontbreken; c.de ouder die het gezag heeft, dit gezamenlijk met een ander dan een ouder uitoefent; of d.de erkenner eerder het gezag over het kind heeft uitgeoefend.

  2. 2

    De moeder oefent het gezag over haar kind alleen uit, indien uit de akte, bedoeld in artikel 203, eerste lid, onderdeel a of b, blijkt dat: a.de moeder en de erkenner hebben verklaard dat het gezag alleen door de moeder wordt uitgeoefend; of b.de rechtbank vervangende toestemming voor de erkenning heeft verleend als bedoeld in artikel 204, derde en vierde lid. De ambtenaar van de burgerlijke stand doet onverwijld na de erkenning of, in geval van een erkenning voor de geboorte van het kind, na de aangifte van de geboorte, mededeling aan de griffier van de verklaring, bedoeld onder a, of de erkenning met vervangende toestemming, bedoeld onder b, ter aantekening in het register, bedoeld in artikel 244.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2025:1853Hoge Raad, 5 december 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Kan in één procedure verlening van vervangende toestemming voor erkenning van kind (art. 1:204 lid 3 BW) worden gecombineerd met toekenning van gezag over dat kind (art.…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1047Parket bij de Hoge Raad, 26 september 2025 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Mag de rechter gezamenlijk gezag toekennen onder de opschortende voorwaarde dat erkenning van de minderjarige heeft plaatsgevonden? Art. 1:253c BW. Terugbetaling…

  • ECLI:NL:PHR:2024:952Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (personen- en familierecht)

    Kan een rechterlijke beslissing waarbij op grond van art. 1:253c BW het gezamenlijk gezag voor de ouders is vastgesteld nadien worden gewijzigd, ondanks dat deze bepaling niet wordt genoemd in art.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:11069Rechtbank Rotterdam, 31 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Gezag en zorgregeling. Ernstig verstoorde verhouding tussen ouders. Voorlopige zorgregeling vastgesteld in verband met aanmelding van partijen bij omgangshuis. Beslissing over gezag en definitieve…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7803Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 juli 2026 (civiel recht)

    Internationale bevoegdheid. Begrip gewone verblijfplaats. Van rechtswege verkrijging van gezag. Artikel 7 Brussel II-ter, artikel 9 Brussel II-ter, artikel 15 en 16 HKBV 1996. Relatieve bevoegdheid…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:7066Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Gezamenlijk gezag door erkenning na 1-1-23. Art. 1:251b BW. Geen aantekening in gezagsregister. Partijen eens over zorgregeling en KAL.

  • ECLI:NL:RBNHO:2026:7955Rechtbank Noord-Holland, 30 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Beschikking van de rechtbank over het gezag. De moeder is minderjarig en daarom niet bevoegd tot het gezag (en ook nooit geweest). De Raad verzoekt de vader te belasten met het gezag op grond van…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:20618Rechtbank Den Haag, 23 juni 2026 (personen- en familierecht)

    Vernietiging erkenning en gezag. Geen belang bij voorwaardelijk verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap; bio-vader is niet als belanghebbende aangemerkt; na vernietiging erkenning door…

38 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.