Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:268 BW

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    De rechtbank kan een ouder geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen indien: a.een ernstig vermoeden bestaat dat de grond, bedoeld in artikel 266, eerste lid, aanhef en onder a of b is vervuld en de maatregel noodzakelijk is om een acute en ernstige bedreiging voor de minderjarige weg te nemen, of b.een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake, noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid af te wenden en een ouder die het gezag uitoefent toestemming daarvoor weigert.

  2. 2

    Indien de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt gedurende de schorsing van het gezag van één van hen het gezag door de andere ouder alleen uitgeoefend, tenzij de kinderrechter een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, met de voorlopige voogdij over de minderjarige belast. In dat geval is ook het gezag van deze ouder geschorst.

  3. 3

    Betreft de schorsing beide ouders of een ouder die alleen het gezag uitoefent, dan belast de rechtbank een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, met de voorlopige voogdij over de minderjarige. De gecertificeerde instelling heeft de bevoegdheden van een voogd.

  4. 4

    Artikel 267 is van overeenkomstige toepassing.

  5. 5

    De schorsing in de uitoefening van het gezag vervalt na verloop van drie maanden na de dag van de beschikking, tenzij voor het einde van deze termijn beëindiging van het gezag is verzocht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:847Parket bij de Hoge Raad, 4 september 2026 (personen- en familierecht)

    Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de…

  • ECLI:NL:HR:2022:684Hoge Raad, 13 mei 2022 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Ouderlijk gezag. Beëindiging ouderlijk gezag voor duur van een jaar zonder dat een verzoek op de voet van art. 1:266-267 BW is ingediend. Biedt art. 1:253a BW daarvoor een…

  • ECLI:NL:PHR:2021:1111Parket bij de Hoge Raad, 26 november 2021 (personen- en familierecht)

    Verzoek eenhoofdig gezag door beide ouders die belast zijn met gezamenlijk gezag. Rb heeft gezamenlijk gezag over de kinderen voor één jaar beëindigd. In een latere beschikking heeft Rb vader belast…

  • ECLI:NL:PHR:2013:BY4148Parket bij de Hoge Raad, 1 februari 2013 (personen- en familierecht)

    Art. 81 lid 1 RO. Familierecht. Verzoek ontheffing ouderlijk gezag; art. 1:254, 266, 268 BW.

  • ECLI:NL:RBOVE:2026:6309Rechtbank Overijssel, 6 oktober 2026 (civiel recht)

    Toewijzing schorsing van het gezag van de vader. LEC EEG schat situatie in als hoog risico op eergerelateerd geweld.

  • ECLI:NL:GHAMS:2026:2701Gerechtshof Amsterdam, 22 september 2026 (civiel recht)

    Rechtsmacht Nederlandse rechter tot treffen van voorlopige maatregelen (art. 15 Brussel II ter). Schorsing ouderlijk gezag en voogdij over ongeboren kind (art. 1:268 BW en art. 1:2 BW).

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10735Rechtbank Rotterdam, 28 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Afwijzing spoedverzoek schorsing gezag en voorlopige voogdij.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10001Rechtbank Rotterdam, 9 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Schorsing van het gezag over een vierjarige jongen in verband met de noodzaak van een medische behandeling als bedoeld in artikel 1:268, eerste lid, aanhef en onder b, BW. Het gaat om een opname van…

437 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.