Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:336a BW

Geldt sinds 1 augustus 2016

  1. 1

    Indien de minderjarige door een ander of anderen dan zijn voogd, als behorende tot het gezin met instemming van de voogd ten minste een jaar is verzorgd en opgevoed geworden, kan de voogd niet dan met toestemming van degenen die de verzorging en opvoeding op zich hebben genomen, wijziging in het verblijf van de minderjarige brengen.

  2. 2

    Voor zover de volgens het vorige lid vereiste toestemmingen niet worden verkregen, kunnen zij op verzoek van de voogd door die van de rechtbank worden vervangen. Dit verzoek wordt slechts ingewilligd indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk oordeelt.

  3. 3

    In geval van afwijzing van het verzoek is de beschikking van kracht gedurende een door de rechtbank te bepalen termijn, welke de duur van zes maanden niet te boven mag gaan. Is echter voor het einde van deze termijn een verzoek tot ondertoezichtstelling van het kind, tot beëindiging van de voogdij, dan wel een verzoek als bedoeld in artikel 299a, van dit boek aanhangig gemaakt, dan blijft de beschikking gelden, totdat op het verzoek bij gewijsde is beslist.

  4. 4

    In geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij, wordt de in het eerste lid bedoelde instemming door beide voogden gegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2024:1895Hoge Raad, 20 december 2024 (civiel recht)

    Personen- en familierecht. Jeugdzaak. Wijziging hoofdverblijfplaats kinderen die bij moeder verblijven door voogd. Vervangende toestemming op voet van art. 1:336a lid 2 BW? Is rechtsmiddelenverbod…

  • ECLI:NL:PHR:2024:973Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2024 (personen- en familierecht)

    Voogdijzaak. Vervangende toestemming voor het wijzigen van de verblijfplaats van de minderjarigen (art. 1:336a lid 2 BW). Uitleg van het rechtsmiddelenverbod van art. 807, aanhef en onder c Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2018:162Parket bij de Hoge Raad, 2 maart 2018 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv.…

  • ECLI:NL:PHR:2018:113Parket bij de Hoge Raad, 2 februari 2018 (personen- en familierecht)

    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:23455Rechtbank Den Haag, 21 juli 2026 (personen- en familierecht)

    Beëindiging voogdij nav informele rechtsingang. Strijd met EVRM en IVRK en analoge toepassing van 1:251a lid 4 BW

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:11293Rechtbank Den Haag, 10 april 2026 (personen- en familierecht)

    Vervangende toestemming tot wijziging verblijf op grond van artikel 1:336a BW

  • ECLI:NL:RBNNE:2026:78Rechtbank Noord-Nederland, 12 januari 2026 (personen- en familierecht)

    Verzoek door grootouder tot beëindiging voogdij gecertificeerde instelling ex artikel 1:328 en 1:329 BW. De rechtbank is van oordeel dat de gecertificeerde instelling bij de uitvoering van de…

  • ECLI:NL:RBGEL:2025:11674Rechtbank Gelderland, 17 december 2025 (personen- en familierecht)

    Blokkaderecht pleegouder, artikel 1:366a BW. De rechtbank is van oordeel dat de toestemming voor de wijziging in het verblijf van de minderjarige niet is gegeven door de pleegouder (oma). De GI heeft…

88 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.