Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:370 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De kantonrechter kan op verzoek van de voogd of ambtshalve, het vermogen van de minderjarige of een deel daarvan, met inbegrip van de vruchten, voor de duur van diens minderjarigheid onder bewind stellen, indien hij dit in het belang van de minderjarige nodig oordeelt. In geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij wordt tot onderbewindstelling slechts beslist indien het verzoek door beide voogden gezamenlijk wordt gedaan.

  2. 2

    De kantonrechter benoemt de bewindvoerder en bepaalt het aan deze toekomende loon. Hij kan bij de instelling van het bewind bepalen dat de voogd de door de onderbewindstelling veroorzaakte kosten, met inbegrip van het loon, geheel of gedeeltelijk aan de minderjarige moet vergoeden, alsmede dat de voogd, behoudens zijn verhaal op de bewindvoerder, voor diens verrichtingen aansprakelijk is jegens de minderjarige. In geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij worden deze verplichtingen opgelegd aan beide voogden.

  3. 3

    Op het bewind zijn de bepalingen omtrent het bewind van een voogd van overeenkomstige toepassing. De bewindvoerder is bij uitsluiting bevoegd tot vernietiging van rechtshandelingen van de minderjarige, strekkend tot beheer of beschikking met betrekking tot de onder bewind staande goederen.

  4. 4

    De kantonrechter bepaalt welke uitkeringen de bewindvoerder uit de onder het bewind gestelde goederen en de vruchten daarvan aan de voogd en bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij aan de voogden, moet doen ten behoeve van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of ten behoeve van het beheer van diens niet onder het bewind gestelde goederen. Hij kan deze beschikkingen te allen tijde op verzoek van een voogd of de bewindvoerder, of ambtshalve wijzigen.

  5. 5

    De bewindvoerder is verplicht aan de kantonrechter te allen tijde alle door deze gewenste inlichtingen te verstrekken.

  6. 6

    Hij is voorts verplicht jaarlijks en aan het einde van zijn bewind aan de voogd, en bij gezamenlijke uitoefening van de voogdij aan de voogden, de meerderjarig gewordene of de erfgenamen van de minderjarige, wanneer deze overleden is, ten overstaan van de kantonrechter rekening en verantwoording af te leggen.

  7. 7

    Geschillen die bij de rekening en verantwoording rijzen, beslist de kantonrechter.

  8. 8

    Blijft een der partijen in gebreke tot deze aflegging van rekening en verantwoording mede te werken, dan zijn de artikelen 771 en volgende van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van toepassing.

  9. 9

    De kantonrechter kan te allen tijde op verzoek van de bewindvoerder, een voogd of ambtshalve het bewind opheffen of de bewindvoerder ontslaan en door een ander vervangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6235Rechtbank Midden-Nederland, 12 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Informele rechtsingang. Beschadigde relatie minderjarige en vader, terwijl praktische financiële zaken geregeld moeten worden. Ambtshalve benoeming bewindvoerder over het vermogen van de minderjarige…

  • ECLI:NL:RBROT:2023:7849Rechtbank Rotterdam, 2 augustus 2023 (personen- en familierecht)

    Tussenbeschikking. Art. 1:370 BW. Voornemen tot ambtshalve benoeming bewindvoerder voor beheer PBG van minderjarige zoon van betrokkene, die onder meerderjarigenbewind staat.

  • ECLI:NL:RBGEL:2021:5255Rechtbank Gelderland, 30 september 2021 (civiel recht)

    Verzoekschriftprocedure erfrecht. Samenloop testamentair bewind in de zin van Boek 4 BW en testamentair minderjarigenbewind ex art. 1:253i BW. Ontslag test. bwv'er ogv 4:164 BW en ambtshalve ontslag…

  • ECLI:NL:GHARL:2016:6136Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 14 juli 2016 (personen- en familierecht)

    Onderbewindstelling. Aansprakelijkheidsstelling voormalig bewindvoerder.

  • ECLI:NL:RBMNE:2015:3507Rechtbank Midden-Nederland, 24 april 2015 (personen- en familierecht)

    verzoek onderbewindstelling van vermogen

  • ECLI:NL:RBMID:2010:BP2266Rechtbank Middelburg, 5 augustus 2010 (personen- en familierecht)

    Grootouders zijn niet ontvankelijk in hun verzoek om het vermogen van de minderjarigen onder bewind te stellen. Onvoldoende redenen om over te gaan tot benoeming van een bijzonder curator.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.