Burgerlijk Wetboek Boek 1

BW

Huidige tekst

Artikel 1:12 BW

Woonplaats van een minderjarige redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 mei 2007

  1. 1

    Een minderjarige volgt de woonplaats van hem die het gezag over hem uitoefent, de onder curatele gestelde die van zijn curator. Oefenen beide ouders tezamen het gezag over hun minderjarige kind uit, doch hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft dan wel laatstelijk heeft verbleven.

  2. 2

    Wanneer iemands goederen onder bewind staan, volgt hij voor alles wat de uitoefening van dit bewind betreft, de woonplaats van de bewindvoerder.

  3. 3

    Wanneer ten behoeve van een persoon een mentorschap is ingesteld, volgt hij voor alles wat de uitoefening van dit mentorschap betreft, de woonplaats van de mentor.

  4. 4

    Het eerste, tweede en derde lid zijn niet van toepassing voor zover het betreft de relatieve bevoegdheid van de rechter gedurende een curatele, een bewind als bedoeld in titel 19 en een mentorschap. Hetzelfde geldt indien ten aanzien van een persoon een curatele, een mentorschap of een bewind als bedoeld in titel 19 en tevens een bewind als bedoeld in afdeling 7 van titel 5 van Boek 4 of een bewind als bedoeld in artikel 182 van Boek 7 van kracht zijn en de bevoegde kantonrechter de andere kantonrechter als uitsluitend bevoegde heeft aangewezen.

  5. 5

    Wanneer de persoon, van wie de woonplaats wordt afgeleid, overlijdt of zijn gezag of zijn hoedanigheid verliest, duurt de afgeleide woonplaats voort, totdat een nieuwe woonplaats is verkregen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:952Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (personen- en familierecht)

    Kan een rechterlijke beslissing waarbij op grond van art. 1:253c BW het gezamenlijk gezag voor de ouders is vastgesteld nadien worden gewijzigd, ondanks dat deze bepaling niet wordt genoemd in art.…

  • ECLI:NL:PHR:2024:978Parket bij de Hoge Raad, 20 september 2024 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Art. 1:253a BW. Geschillenregeling. Hoofdverblijfplaats en inschrijving BRP. Art. 23, 32 en 399 in verbinding met 426 lid 4 Rv.

  • ECLI:NL:PHR:2023:998Parket bij de Hoge Raad, 10 november 2023 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Verzoek vaststelling hoofdverblijfplaats jong kind van niet gehuwde ouders ingeval van co-ouderschap. Had beslissing hoofdverblijfplaats aangehouden moeten worden totdat…

  • ECLI:NL:PHR:2021:459Parket bij de Hoge Raad, 7 mei 2021 (personen- en familierecht)

    Procesrecht; familierecht. Relatieve bevoegdheid rechter in zaken betreffende onderbewindstelling meerderjarigen; art. 266 Rv. Geldt rechtsmiddelenverbod (art. 270 lid 3 Rv) ook bij ambtshalve…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9439Rechtbank Limburg, 9 september 2026 (civiel recht)

    Tussenvonnis. Toepasselijk recht. Bewindvoerder correct verschenen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29768Rechtbank Den Haag, 8 september 2026 (personen- en familierecht)

    verwijzing zaken naar rechtbank Noord-Holland ivm relatieve competentie.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:1203Centrale Raad van Beroep, 20 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    Toegekende jeugdhulp bestaande uit jeugdhulp met verblijf onterecht. Belanghebbende. Anders dan de rechtbank komt de Raad tot de conclusie dat artikel 7.3.5, eerste lid, van de Jw onjuist is…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:27899Rechtbank Den Haag, 20 augustus 2026 (personen- en familierecht)

    Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor (netwerk)pleegzorg

256 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.