Terug naar Burgerlijk Wetboek

Burgerlijk Wetboek Boek 1

Personen- en familierecht

Kies een titel of ga direct naar een artikel.

Inhoudsopgave

Titel 1 Algemene bepalingen

  • Artikel 1:1Vrijheid en burgerlijke rechten van iedereen in Nederland
  • Artikel 1:2Ongeboren kind geldt als geboren in zijn belang
  • Artikel 1:3Bloedverwantschap en aanverwantschap

Titel 2 Het recht op de naam

  • Artikel 1:4Voornamen en wijziging van voornamen
  • Artikel 1:5Geslachtsnaam van een kind
  • Artikel 1:6De geslachtsnaam wordt ten aanzien van een ieder dwingend bewezen door de akte van geboorte.
  • Artikel 1:7Wijziging van de geslachtsnaam bij koninklijk besluit
  • Artikel 1:8Hij die de naam van een ander zonder diens toestemming voert, handelt jegens die persoon onrechtmatig, wanneer hij…
  • Artikel 1:9Gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot

Titel 3 Woonplaats

  • Artikel 1:10Wat de woonplaats van een persoon is
  • Artikel 1:11Een natuurlijk persoon verliest zijn woonstede door daden, waaruit zijn wil blijkt om haar prijs te geven.
  • Artikel 1:12Woonplaats van een minderjarige
  • Artikel 1:13Het sterfhuis van een overledene is daar, waar hij zijn laatste woonplaats heeft gehad.
  • Artikel 1:14Woonplaats ter plaatse van een kantoor of filiaal
  • Artikel 1:15Keuze van een andere woonplaats

Titel 4 Burgerlijke stand

Afdeling 1 De ambtenaar van de burgerlijke stand

  • Artikel 1:16In elke gemeente zijn twee, of, naar goedvinden van burgemeester en wethouders, meer ambtenaren van de burgerlijke…
  • Artikel 1:16aDe ambtenaar van de burgerlijke stand is belast met het opnemen in de onder hem berustende registers van de burgerlijke…
  • Artikel 1:16bWanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand in de uitoefening van zijn ambt op grond van enige bepaling van deze…
  • Artikel 1:16cBurgemeester en wethouders bepalen de uren, waarop elk bureau van de burgerlijke stand dagelijks voor het publiek…
  • Artikel 1:16dBij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ten aanzien van de door het college van burgemeester en…

Afdeling 2 De registers van de burgerlijke stand en de bewaring daarvan

  • Artikel 1:17Er bestaan voor iedere gemeente registers van geboorten, van huwelijken, van geregistreerde partnerschappen en van…
  • Artikel 1:17aDe registers van de burgerlijke stand worden in het gemeentehuis bewaard totdat zij naar een gemeentelijke…
  • Artikel 1:17bDe beheerder van een archiefbewaarplaats als bedoeld in artikel 17a is belast met het bewaren van de onder hem…
  • Artikel 1:17cBij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld alles wat verder betreft de inrichting van de registers, alsmede de…

Afdeling 3 Akten van de burgerlijke stand en partijen bij deze akten

  • Artikel 1:18De ambtenaar van de burgerlijke stand mag in de akten alleen opnemen hetgeen ingevolge het bij of krachtens de wet…
  • Artikel 1:18aPartijen bij een akte van de burgerlijke stand zijn degenen die aan de ambtenaar van de burgerlijke stand een aangifte…
  • Artikel 1:18bVoor de betrouwbaarheid en vertrouwelijkheid van de elektronische aangifte alsmede het opmaken en de opslag van een…
  • Artikel 1:18cBlijft een partij bij een akte van de burgerlijke stand of een belanghebbende partij in gebreke de in artikel 18, derde…
  • Artikel 1:18dVan alle in registers opgenomen akten van de burgerlijke stand wordt een dubbel of een afschrift gehouden, volgens…

Afdeling 4 De akten van geboorte, van overlijden en de akten houdende attestaties de vita

  • Artikel 1:19Een akte van geboorte wordt opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het kind is…
  • Artikel 1:19aIn geval van geboorte op Nederlands grondgebied in een rijdend voertuig of op een varend schip of tijdens een…
  • Artikel 1:19bIndien de plaats of de dag van de geboorte van het kind niet bekend is dan wel indien de naam, met inbegrip van de…
  • Artikel 1:19cZijn krachtens artikel 5, tiende lid, van dit boek in de akte een voorlopige voornaam en geslachtsnaam opgenomen, dan…
  • Artikel 1:19dIndien het geslacht van het kind twijfelachtig is, wordt een geboorteakte opgemaakt, waarin wordt vermeld dat het…
  • Artikel 1:19eDe aangifte van een geboorte kan in persoon of, als deze weg is geopend, elektronisch worden gedaan.
  • Artikel 1:19fEen akte van overlijden wordt opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden…
  • Artikel 1:19gIn geval van overlijden op Nederlands grondgebied in een rijdend voertuig of op een varend schip of tijdens een…
  • Artikel 1:19hTot de aangifte van een overlijden is bevoegd wie daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt.
  • Artikel 1:19iWanneer een kind levenloos ter wereld is gekomen, wordt een akte opgemaakt, die in het register van overlijden wordt…
  • Artikel 1:19jBij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al wat betreft de aan de ambtenaar over te leggen stukken, het…
  • Artikel 1:19kEen ieder die zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft, kan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn…

Afdeling 5 Latere vermeldingen

  • Artikel 1:20De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt aan de onder hem berustende akten van de burgerlijke stand latere…
  • Artikel 1:20aDe in artikel 20 bedoelde latere vermeldingen, met uitzondering van de vermeldingen bedoeld in het eerste lid, onder b…
  • Artikel 1:20bVan akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie…
  • Artikel 1:20cDe artikelen 18 en 18c zijn van overeenkomstige toepassing.
  • Artikel 1:20dBij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld al wat betreft de aan de ambtenaar over te leggen stukken, het…
  • Artikel 1:20eVan de in artikel 20, eerste lid, genoemde uitspraken zendt de griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk…
  • Artikel 1:20fDe ambtenaar van de burgerlijke stand die de gegevens van een akte van naamskeuze opneemt in de akte van geboorte van…
  • Artikel 1:20gDe ambtenaar van de burgerlijke stand die aan de geboorteakte van een minderjarige een latere vermelding toevoegt…

Afdeling 6 Akten van inschrijving van bepaalde rechterlijke uitspraken

  • Artikel 1:21De ambtenaar van de burgerlijke stand te 's-Gravenhage maakt akten van inschrijving op van in kracht van gewijsde…

Afdeling 7 De bewijskracht van akten van de burgerlijke stand alsmede van afschriften en uittreksels

  • Artikel 1:22De akte van geboorte bewijst ten aanzien van een ieder dat op de in de akte vermelde plaats, dag en uur uit de daarin…
  • Artikel 1:22aAuthentieke afschriften of uittreksels, in de wettige vorm opgemaakt en afgegeven door de daartoe bevoegde bewaarder…

Afdeling 8 De openbaarheid van de akten van de burgerlijke stand

  • Artikel 1:23De akten van de burgerlijke stand, daaronder begrepen de dubbelen van deze akten, zijn openbaar voor zover te dien…
  • Artikel 1:23aVan de akten van de burgerlijke stand mogen slechts de bewaarders en het openbaar ministerie inzage nemen.
  • Artikel 1:23bEen ieder is bevoegd zich door de ambtenaar die met de afgifte van afschriften en uittreksels van akten van de…
  • Artikel 1:23cDe dubbelen van de akten van de burgerlijke stand zijn openbaar zolang zij onder de ambtenaar van de burgerlijke stand…

Afdeling 9 De aanvulling van de registers van de burgerlijke stand en de verbetering van de daarin voorkomende akten en latere vermeldingen

  • Artikel 1:24Verbetering of aanvulling van akten door de rechter
  • Artikel 1:24aKennelijke schrijf- of spelfouten en kennelijke misslagen kunnen ambtshalve door de ambtenaar van de burgerlijke stand…
  • Artikel 1:24bAanvulling van een register van de burgerlijke stand op grond van artikel 24 geschiedt door het opmaken van een nieuwe…

Afdeling 10 Inschrijving van buitenlandse akten en de rechterlijke last tot het opmaken van een vervangende akte van geboorte

  • Artikel 1:25Buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akten van…
  • Artikel 1:25aIndien na de inschrijving kennelijke misslagen in de buiten Nederland opgemaakte akte overeenkomstig de plaatselijke…
  • Artikel 1:25bAan de akte van inschrijving, bedoeld in artikel 25, worden de latere vermeldingen toegevoegd die op grond van dit boek…
  • Artikel 1:25cIndien ten aanzien van een buiten Nederland geboren persoon geen akte van geboorte overeenkomstig de plaatselijke…
  • Artikel 1:25dDe rechtbank Den Haag kan op verzoek van het openbaar ministerie, van een belanghebbende of van de ambtenaar van de…
  • Artikel 1:25fDe griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt niet eerder dan drie maanden na de dag…
  • Artikel 1:25gOp akten en uitspraken die buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie…

Afdeling 11 De verklaring voor recht omtrent de rechtsgeldigheid in Nederland van een buitenlandse akte of uitspraak

  • Artikel 1:26Een ieder die daarbij een gerechtvaardigd belang heeft, kan de rechtbank verzoeken een verklaring voor recht af te…
  • Artikel 1:26aDe rechtbank kan, op verzoek of ambtshalve, bij de in het eerste lid van artikel 26 bedoelde verklaring voor recht…
  • Artikel 1:26bIs met betrekking tot de verzoeker geen akte in de Nederlandse registers van de burgerlijke stand opgenomen, dan kan de…
  • Artikel 1:26dDe overlegging van een authentiek afschrift van de buitenlandse akte of uitspraak waarop het verzoek betrekking heeft…
  • Artikel 1:26eDe griffier van het college, waarbij de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt een afschrift van de beschikking aan de…

Afdeling 12 Voorziening tegen de weigering tot het opmaken van een akte van de burgerlijke stand of tot een andere verrichting

  • Artikel 1:27Naar aanleiding van een besluit van een ambtenaar van de burgerlijke stand om op grond van artikel 18c of 20c te…
  • Artikel 1:27aDe rechtbank kan, op verzoek van een belanghebbende partij of ambtshalve, bij haar beschikking tevens een verklaring…
  • Artikel 1:27bDe griffier zendt een afschrift van de beschikking aan de belanghebbende partijen en aan de ambtenaar van de…

Afdeling 13 Wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte

  • Artikel 1:28Verklaring tot wijziging van de geslachtsvermelding
  • Artikel 1:28aDeskundigenverklaring bij wijziging van de geslachtsvermelding
  • Artikel 1:28bIndien aan artikel 28a is voldaan voegt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de akte van geboorte een latere…
  • Artikel 1:28cDe wijziging van de vermelding van het geslacht in de akte van geboorte heeft haar gevolgen, die uit dit boek…

Afdeling 14 De Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit

  • Artikel 1:29Er is een Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit.
  • Artikel 1:29aDe Commissie bestaat uit ten minste negen en ten hoogste vijftien leden.
  • Artikel 1:29bDe Commissie brengt op verzoek van een ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander bestuursorgaan advies uit over…
  • Artikel 1:29cIndien een ambtenaar van de burgerlijke stand gerede twijfel heeft over de vraag of een aan een buiten Nederland…
  • Artikel 1:29dIndien een ambtenaar van de burgerlijke stand een door de Commissie gegeven advies niet opvolgt, stelt hij de Commissie…
  • Artikel 1:29eOnze Minister van Justitie kan nadere regels stellen omtrent de taak en de werkwijze van de Commissie.
  • Artikel 1:29fTelkens binnen een termijn van vier jaren brengt de Commissie een rapport uit aan Onze Minister van Justitie, waarin de…

Titel 5 Het huwelijk

  • Artikel 1:30Huwelijk tussen personen van gelijk of verschillend geslacht

Afdeling 1 Vereisten tot het aangaan van een huwelijk

  • Artikel 1:31Minimumleeftijd voor het aangaan van een huwelijk
  • Artikel 1:32Geen huwelijk bij gestoorde geestvermogens
  • Artikel 1:33Verbod op meer dan één huwelijk tegelijk
  • Artikel 1:37Hij die wegens gewoonte van drank- of drugsmisbruik onder curatele staat, mag geen huwelijk aangaan zonder de…
  • Artikel 1:38Hij die wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand onder curatele staat, mag geen huwelijk aangaan zonder…
  • Artikel 1:39Heeft de rechter de toestemming verleend, dan is de termijn van beroep veertien dagen en kan gedurende die termijn de…
  • Artikel 1:41Huwelijksverbod tussen naaste verwanten
  • Artikel 1:41aEen huwelijk mag niet worden gesloten tussen hen die elkander, hetzij van nature hetzij familierechtelijk, als…
  • Artikel 1:42Zij die met elkander een huwelijk willen aangaan, mogen niet tegelijkertijd een geregistreerd partnerschap zijn…

Afdeling 2 Formaliteiten die aan de voltrekking van het huwelijk moeten voorafgaan

  • Artikel 1:44Stukken bij de melding van een voorgenomen huwelijk
  • Artikel 1:45Indien de geboortegegevens van een aanstaande echtgenoot niet kunnen worden geverifieerd en deze niet in staat is om…
  • Artikel 1:45aIndien de gegevens betreffende overlijden als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onder c, niet kunnen worden…
  • Artikel 1:46Wanneer het huwelijk binnen een jaar, te rekenen vanaf de datum waarop het voornemen daartoe is kenbaar gemaakt, niet…
  • Artikel 1:48Indien hij die wil hertrouwen het gezag heeft over kinderen uit een vorig huwelijk, geeft de ambtenaar van de…
  • Artikel 1:49Trouwbeloften geven geen rechtsvordering tot het aangaan van een huwelijk, noch tot schadevergoeding wegens de…
  • Artikel 1:49aIndien een Nederlander buiten Nederland een huwelijk wenst aan te gaan, wordt op zijn verzoek aan hem een verklaring…

Afdeling 3 Stuiting van het huwelijk

  • Artikel 1:50Een huwelijk kan worden gestuit, wanneer partijen niet de vereisten in zich verenigen om een huwelijk aan te gaan, of…
  • Artikel 1:51Bevoegd tot stuiting, wanneer partijen niet de vereisten in zich verenigen om een huwelijk aan te gaan, zijn…
  • Artikel 1:52Hij die met een der partijen door huwelijk verbonden is dan wel met een der partijen een geregistreerd partnerschap is…
  • Artikel 1:53Het openbaar ministerie is verplicht een voorgenomen huwelijk te stuiten, indien het met een der in de artikelen 31 tot…
  • Artikel 1:54De stuiting geschiedt door betekening van een akte aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het…
  • Artikel 1:55Een stuiting kan worden opgeheven:
  • Artikel 1:56Het huwelijk mag niet worden voltrokken, voordat de stuiting is opgeheven.
  • Artikel 1:57Een ambtenaar van de burgerlijke stand aan wie het bestaan van een der in de artikelen 31 tot en met 33, 41, 41a en 42…

Afdeling 4 De voltrekking van het huwelijk

  • Artikel 1:58De ambtenaar van de burgerlijke stand verifieert, alvorens tot de voltrekking van het huwelijk over te gaan, opnieuw de…
  • Artikel 1:62Het huwelijk mag niet worden voltrokken vóór de veertiende dag na de datum waarop het voornemen om in het huwelijk te…
  • Artikel 1:63Openbare huwelijksvoltrekking in het gemeentehuis met getuigen
  • Artikel 1:64Indien een der partijen uit hoofde van een behoorlijk bewezen wettig beletsel verhinderd wordt zich naar het…
  • Artikel 1:65De aanstaande echtgenoten zijn verplicht bij de voltrekking van hun huwelijk in persoon voor de ambtenaar van de…
  • Artikel 1:66Huwelijk bij volmacht
  • Artikel 1:67Verklaringen van de aanstaande echtgenoten bij de voltrekking
  • Artikel 1:68Geen religieuze plechtigheid vóór het burgerlijk huwelijk

Afdeling 5 Nietigverklaring van een huwelijk

  • Artikel 1:69Voor zover hieronder niet anders is bepaald, kan op grond dat de echtgenoten niet de vereisten in zich verenigden om…
  • Artikel 1:70Op verzoek van de ouders, de echtgenoten en het openbaar ministerie kan een huwelijk worden nietig verklaard, wanneer…
  • Artikel 1:71Nietigverklaring van een huwelijk wegens bedreiging of dwaling
  • Artikel 1:71aNietigverklaring van een schijnhuwelijk
  • Artikel 1:72Een huwelijk kan niet nietig worden verklaard uit hoofde dat op het tijdstip van de huwelijksvoltrekking een der…
  • Artikel 1:73De nietigverklaring van een huwelijk uit hoofde van een geestelijke stoornis kan na het ophouden van de stoornis alleen…
  • Artikel 1:74De nietigverklaring van een huwelijk, dat aangegaan is door iemand die de vereiste leeftijd miste, kan niet worden…
  • Artikel 1:75Wegens het ontbreken van een vereiste toestemming van een derde kan de nietigverklaring van het huwelijk alleen door…
  • Artikel 1:76Behoudens het in artikel 56 van dit boek bepaalde, verklaart de rechter een huwelijk alleen nietig op grond van een…
  • Artikel 1:77Gevolgen van de nietigverklaring van een huwelijk

Afdeling 6 Bewijs van het bestaan van het huwelijk

  • Artikel 1:78Het bestaan van een in Nederland gesloten huwelijk kan niet anders worden bewezen dan door de huwelijksakte dan wel…
  • Artikel 1:79Heeft het huwelijksregister niet bestaan of is het verloren gegaan of ontbreekt daaraan de huwelijksakte, dan wel de…
  • Artikel 1:80Wordt in een geding betwist dat een kind, dat uiterlijk bezit van staat heeft, uit een huwelijk is geboren, dan levert…

Titel 5A Het geregistreerd partnerschap

  • Artikel 1:80aAangaan van een geregistreerd partnerschap
  • Artikel 1:80bRechten, plichten en vermogensrecht van geregistreerde partners
  • Artikel 1:80cWijzen waarop een geregistreerd partnerschap eindigt
  • Artikel 1:80dBeëindiging van het partnerschap met wederzijds goedvinden
  • Artikel 1:80eOntbinding van het geregistreerd partnerschap door de rechter
  • Artikel 1:80fIndien de partijen wier geregistreerd partnerschap is beëindigd, opnieuw een geregistreerd partnerschap met elkaar…
  • Artikel 1:80gOmzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk

Titel 6 Rechten en verplichtingen van echtgenoten

  • Artikel 1:81Getrouwheid, hulp en bijstand tussen echtgenoten
  • Artikel 1:82Plicht tot verzorging en opvoeding van gemeenschappelijke kinderen
  • Artikel 1:83Plicht tot het verschaffen van inlichtingen tussen echtgenoten
  • Artikel 1:84Verdeling van de kosten van de huishouding
  • Artikel 1:85Aansprakelijkheid voor schulden ten behoeve van de huishouding
  • Artikel 1:86De rechtbank kan, wanneer daartoe gegronde redenen bestaan, op verzoek van een echtgenoot bepalen dat deze niet…
  • Artikel 1:87Vergoedingsrechten tussen de vermogens van echtgenoten
  • Artikel 1:88Toestemming van de echtgenoot voor bepaalde rechtshandelingen
  • Artikel 1:89Vernietiging bij ontbrekende toestemming van de echtgenoot
  • Artikel 1:90Een echtgenoot is bevoegd tot het bestuur van zijn eigen goederen en, volgens de regels van artikel 97, tot het bestuur…
  • Artikel 1:91Indien een echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn goederen of de goederen…
  • Artikel 1:92Is aan een derde niet kenbaar wie van de echtgenoten bevoegd is tot het bestuur over een roerende zaak die geen…
  • Artikel 1:92aDeze titel is niet van toepassing op van tafel en bed gescheiden echtgenoten.

Titel 7 De wettelijke gemeenschap van goederen

Afdeling 1 Algemene bepalingen

  • Artikel 1:93Ontstaan van de wettelijke gemeenschap van goederen
  • Artikel 1:94Omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen
  • Artikel 1:95Zaaksvervanging bij verkrijging ten laste van privévermogen
  • Artikel 1:95aIndien een onderneming buiten de gemeenschap valt, komt ten bate van de gemeenschap een redelijke vergoeding voor de…
  • Artikel 1:96Verhaal van gemeenschapsschulden en privéschulden
  • Artikel 1:96aIndien een echtgenoot door een begunstiging bij een door zijn overlijden tot uitkering komende sommenverzekering een…
  • Artikel 1:96bEchtgenoten kunnen bij overeenkomst het beloop van vergoedingen ingevolge de artikelen 95, 96 en 96a anders bepalen.

Afdeling 2 Het bestuur van de gemeenschap

Afdeling 3 Ontbinding van de gemeenschap

  • Artikel 1:99Tijdstip van ontbinding van de gemeenschap
  • Artikel 1:100Gelijke delen in de ontbonden gemeenschap
  • Artikel 1:101Na de ontbinding der gemeenschap heeft ieder der echtgenoten de bevoegdheid de te zijnen gebruike strekkende kleren en…
  • Artikel 1:102Aansprakelijkheid voor gemeenschapsschulden na ontbinding
  • Artikel 1:103Afstand doen van de gemeenschap
  • Artikel 1:104De echtgenoot die van het bij het vorige artikel omschreven voorrecht wil gebruik maken, is verplicht binnen drie…
  • Artikel 1:105De erfgenamen van een echtgenoot, door wiens overlijden de gemeenschap is ontbonden, of die binnen de in het vorige…
  • Artikel 1:106De rechtbank van de plaats waar de akte van afstand moet worden ingeschreven, kan de voor de inschrijving gestelde…
  • Artikel 1:107De echtgenoot of zijn erfgenaam, die zich de goederen der gemeenschap heeft aangetrokken of goederen daarvan heeft…
  • Artikel 1:108Afstand van de gemeenschap, door een echtgenoot of een erfgenaam van een echtgenoot gedaan nadat door de andere…

Afdeling 4 Opheffing van de gemeenschap bij beschikking

  • Artikel 1:109Opheffing van de gemeenschap door de rechter
  • Artikel 1:110De echtgenoot die de opheffing van de gemeenschap verzoekt, kan tot behoud van zijn recht de maatregelen nemen, die in…
  • Artikel 1:111Indien de echtgenoot tegen wie het verzoek is toegewezen, de gemeenschap heeft benadeeld doordat hij na de aanvang van…
  • Artikel 1:113Is de gemeenschap door opheffing ontbonden, dan kunnen de echtgenoten daarna, echter alleen bij huwelijkse voorwaarden…

Titel 8 Huwelijkse voorwaarden

Afdeling 1 Huwelijkse voorwaarden in het algemeen

  • Artikel 1:114Huwelijkse voorwaarden kunnen zowel door aanstaande echtgenoten vóór het sluiten van het huwelijk als door echtgenoten…
  • Artikel 1:115Huwelijkse voorwaarden bij notariële akte
  • Artikel 1:116Inschrijving en werking van huwelijkse voorwaarden jegens derden
  • Artikel 1:117Huwelijkse voorwaarden vóór het huwelijk gemaakt of gewijzigd, zijn slechts geldig, indien zij wier toestemming tot het…
  • Artikel 1:118De echtgenoot die onder curatele staat, kan na de huwelijksvoltrekking slechts met toestemming van zijn curator…
  • Artikel 1:120Tijdens het huwelijk gemaakte of gewijzigde huwelijkse voorwaarden beginnen te werken op de dag, volgende op die waarop…
  • Artikel 1:121Grenzen aan de inhoud van huwelijkse voorwaarden
  • Artikel 1:131Bewijs van eigendom van goederen tussen echtgenoten

Afdeling 2 Verrekenbedingen

Paragraaf 1 Algemene regels voor verrekenbedingen

  • Artikel 1:132Deze afdeling is van toepassing op huwelijkse voorwaarden die een of meer verplichtingen inhouden tot verrekening van…
  • Artikel 1:133De verplichting tot verrekening van inkomsten of van vermogen is wederkerig.
  • Artikel 1:134Bij uiterste wilsbeschikking of bij de gift kan worden bepaald dat geen verrekening van krachtens erfopvolging bij…
  • Artikel 1:135De verrekening van inkomsten of van vermogen geschiedt bij helfte.
  • Artikel 1:136Indien een goed onder aanwending van te verrekenen vermogen is verkregen, wordt het verkregen goed tot het te…
  • Artikel 1:137Onverminderd het derde lid, geschiedt een verrekening in geld.
  • Artikel 1:138De ene echtgenoot is aan de andere geen verantwoording over het bestuur van zijn goederen schuldig.
  • Artikel 1:139Een echtgenoot kan de opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening verzoeken, wanneer de andere echtgenoot…
  • Artikel 1:140Op verzoek van de verrekenplichtige echtgenoot kan de rechter wegens gewichtige redenen bepalen dat een verschuldigde…

Paragraaf 2 Periodieke verrekenbedingen

  • Artikel 1:141Verrekening bij niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding

Paragraaf 3 Finale verrekenbedingen

  • Artikel 1:142Peildatum voor samenstelling en waardering bij verrekening
  • Artikel 1:143Vanaf de in het eerste lid van artikel 142 vermelde tijdstippen kan ieder der echtgenoten verzoeken dat het te…

Titel 9 Ontbinding van het huwelijk

Afdeling 1 Ontbinding van het huwelijk in het algemeen

Afdeling 2 Echtscheiding

  • Artikel 1:150Echtscheiding op verzoek van een of beide echtgenoten
  • Artikel 1:151Duurzame ontwrichting als grond voor echtscheiding
  • Artikel 1:153Indien als gevolg van de verzochte echtscheiding een bestaand vooruitzicht op uitkeringen aan de andere echtgenoot na…
  • Artikel 1:154Echtscheiding wordt op gemeenschappelijk verzoek van de echtgenoten uitgesproken indien het verzoek is gegrond op hun…
  • Artikel 1:155In geval van echtscheiding en voor zover de ene echtgenoot na de huwelijkssluiting en voor de echtscheiding…
  • Artikel 1:156De rechter kan bij de echtscheidingsbeschikking of bij latere uitspraak aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten…
  • Artikel 1:157Uitkering tot levensonderhoud na echtscheiding
  • Artikel 1:158Afspraken over levensonderhoud bij overeenkomst
  • Artikel 1:159Niet-wijzigingsbeding in een alimentatieovereenkomst
  • Artikel 1:159aEen overeenkomst als bedoeld in de artikelen 158 en 159 van dit boek staat niet in de weg aan verhaal op grond van…
  • Artikel 1:160Einde partneralimentatie bij hertrouwen of samenwonen
  • Artikel 1:163Ontbinding door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking
  • Artikel 1:164Indien een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen door één van hen is benadeeld doordat hij na de…
  • Artikel 1:165Voortgezet gebruik van de echtelijke woning na echtscheiding
  • Artikel 1:166Indien de gescheiden echtgenoten met elkander hertrouwen of een geregistreerd partnerschap aangaan, herleven alle…

Titel 10 Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

Afdeling 1 Scheiding van tafel en bed

  • Artikel 1:169Scheiding van tafel en bed kan worden verzocht op dezelfde grond en op dezelfde wijze als echtscheiding.
  • Artikel 1:173De scheiding van tafel en bed komt tot stand door de inschrijving van de beschikking in het huwelijksgoederenregister…
  • Artikel 1:174Indien een tussen de echtgenoten bestaande gemeenschap van goederen door één van hen is benadeeld doordat hij na de…
  • Artikel 1:175Op verzoek van een echtgenoot kan de rechter bij de beschikking houdende scheiding van tafel en bed of bij latere…
  • Artikel 1:176Een scheiding van tafel en bed eindigt door de verzoening van de echtgenoten, op het tijdstip dat zij op hun…

Afdeling 2 Ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

  • Artikel 1:179Ontbinding huwelijk na scheiding van tafel en bed
  • Artikel 1:180Indien als gevolg van de gevraagde ontbinding van het huwelijk een bestaand vooruitzicht op uitkeringen aan de andere…
  • Artikel 1:181Ontbinding van het huwelijk van echtgenoten die van tafel en bed gescheiden zijn, wordt op hun gemeenschappelijk…
  • Artikel 1:182De artikelen 154, tweede lid, en 156 tot en met 160 van dit boek zijn van overeenkomstige toepassing, met dien…
  • Artikel 1:183De ontbinding van het huwelijk komt tot stand door de inschrijving van de beschikking in de registers van de…

Titel 11 Afstamming

Afdeling 1 Algemeen

Afdeling 2 Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane vaderschap

  • Artikel 1:200Ontkenning van het ouderschap
  • Artikel 1:201Overlijdt de vader of de moeder voor de afloop van de in artikel 200, vijfde lid, gestelde termijn, dan kan een…
  • Artikel 1:202Nadat de beschikking houdende gegrondverklaring van een ontkenning van een door huwelijk of geregistreerd partnerschap…

Afdeling 2a Ontkenning van het door huwelijk of geregistreerd partnerschap ontstane moederschap

  • Artikel 1:202aHet in artikel 198, eerste lid, onder b, bedoelde moederschap kan, op de grond dat de moeder niet de biologische moeder…
  • Artikel 1:202bOverlijdt de moeder, bedoeld in artikel 198, eerste lid, onder a of onder b, voor de afloop van de in artikel 202a…

Afdeling 3 Erkenning

  • Artikel 1:203Wijze van erkenning van een kind
  • Artikel 1:204Nietigheid van een erkenning
  • Artikel 1:205Vernietiging van een erkenning
  • Artikel 1:205aEen verzoek tot vernietiging van de door de moeder gedane erkenning kan, op de grond dat de moeder niet de biologische…
  • Artikel 1:206Nadat de beschikking houdende vernietiging van de erkenning in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de erkenning geacht…

Afdeling 4 Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap

  • Artikel 1:207Gerechtelijke vaststelling van het ouderschap
  • Artikel 1:208Bij de uitspraak waarbij het ouderschap wordt vastgesteld, kan de rechter op een daartoe strekkend verzoek ten behoeve…

Afdeling 5 Inroeping of betwisting van staat

  • Artikel 1:209Iemands afstamming volgens zijn geboorteakte kan door een ander niet worden betwist, indien hij een staat…
  • Artikel 1:210Een verzoek tot gegrondverklaring van de inroeping of betwisting van staat is niet aan verjaring onderworpen.
  • Artikel 1:211Een verzoek tot gegrondverklaring van de inroeping van staat kan worden ingediend:

Afdeling 6 De bijzondere curator

  • Artikel 1:212In zaken van afstamming wordt het minderjarige kind, optredende als verzoeker of belanghebbende, vertegenwoordigd door…

Titel 12 Adoptie

  • Artikel 1:227Adoptie door uitspraak van de rechtbank
  • Artikel 1:228Voorwaarden voor adoptie
  • Artikel 1:229Rechtsgevolgen van adoptie
  • Artikel 1:230De adoptie heeft haar gevolgen vanaf de dag, waarop de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.
  • Artikel 1:231Herroeping van een adoptie
  • Artikel 1:232Door herroeping van de adoptie houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en zijn kinderen enerzijds…

Titel 13 Minderjarigheid

Afdeling 1 Algemene bepalingen

Afdeling 2 Handlichting

  • Artikel 1:235Handlichting waarbij aan een minderjarige bepaalde bevoegdheden van een meerderjarige worden toegekend, kan wanneer de…
  • Artikel 1:236Een verleende handlichting kan door de kantonrechter worden ingetrokken, indien de minderjarige daarvan misbruik maakt…
  • Artikel 1:237Een beschikking waarbij handlichting is verleend of ingetrokken, moet worden bekend gemaakt in de Staatscourant.

Afdeling 3 De raad voor de kinderbescherming

  • Artikel 1:238Er is één raad voor de kinderbescherming.
  • Artikel 1:239De raad voor de kinderbescherming kan optreden ten behoeve van minderjarigen die in Nederland hetzij hun woonplaats of…
  • Artikel 1:240Degene die op grond van een wettelijk voorschrift of op grond van zijn ambt of beroep tot geheimhouding is verplicht…
  • Artikel 1:241Benoeming van een voorlopige voogd
  • Artikel 1:241aOp de uitoefening van de voorlopige voogdij door een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de…
  • Artikel 1:242De raad voor de kinderbescherming stelt zich op de hoogte van alle gevallen, waarin maatregelen met betrekking tot het…
  • Artikel 1:242aIndien de ene ouder wordt verdacht van het doden van de andere ouder, of indien de ene ouder is veroordeeld wegens het…
  • Artikel 1:243De colleges van burgemeester en wethouders en ambtenaren van de burgerlijke stand verschaffen de raad voor de…

Afdeling 4 Registers betreffende het over minderjarigen uitgeoefende gezag

  • Artikel 1:244Bij de rechtbanken, dan wel op een andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen plaats of plaatsen, berusten…

Titel 14 Het gezag over minderjarige kinderen

Afdeling 1 Algemeen

  • Artikel 1:245Minderjarigen staan onder ouderlijk gezag of voogdij
  • Artikel 1:246Onbekwaamheid tot het uitoefenen van gezag
  • Artikel 1:247Inhoud van het ouderlijk gezag
  • Artikel 1:247aIndien de ouders het gezag gezamenlijk uitoefenen op grond van artikel 251b, eerste lid, of een aantekening als bedoeld…
  • Artikel 1:248Het tweede lid van artikel 247 van dit boek is van overeenkomstige toepassing op de voogd en op degene die een…
  • Artikel 1:249De minderjarige dient rekening te houden met de aan de ouder of voogd in het kader van de uitoefening van het gezag…
  • Artikel 1:250Bijzondere curator bij tegenstrijdige belangen

Afdeling 2 Ouderlijk gezag

§ 1 Het gezamenlijk gezag van ouders binnen en buiten huwelijk en het gezag van één ouder na scheiding

  • Artikel 1:251Gezamenlijk gezag tijdens en na het huwelijk
  • Artikel 1:251aEenhoofdig gezag na scheiding door de rechter
  • Artikel 1:251bDe moeder en de persoon die een kind heeft erkend oefenen het gezag over hun kind gezamenlijk uit, tenzij:
  • Artikel 1:252Gezamenlijk gezag van ouders die niet gehuwd zijn
  • Artikel 1:253Indien gewezen echtgenoten met elkaar hertrouwen dan wel een geregistreerd partnerschap aangegaan en onmiddellijk…
  • Artikel 1:253aGeschillen over de uitoefening van gezamenlijk gezag

Paragraaf 1a Het gezamenlijk gezag van ouders binnen een geregistreerd partnerschap

  • Artikel 1:253aaGedurende hun geregistreerd partnerschap oefenen de ouders het gezag gezamenlijk uit.

§ 2 Het gezag van ouders anders dan na scheiding

  • Artikel 1:253bIndien ten aanzien van een kind alleen het moederschap vaststaat van de vrouw uit wie het kind is geboren of indien de…
  • Artikel 1:253cVerzoek tot gezag door de andere ouder
  • Artikel 1:253dIndien de voorziening in het gezag over een kind, bedoeld in artikel 253b, eerste lid, komt te ontbreken, kunnen beide…
  • Artikel 1:253eInwilliging van het verzoek van een der ouders als bedoeld in de artikelen 253b, 253c en 253d van dit boek heeft…
  • Artikel 1:253fNa de dood van een der ouders oefent de overlevende ouder van rechtswege het gezag over de kinderen uit, indien en voor…
  • Artikel 1:253gIndien van de ouders diegene overlijdt die het gezag over hun minderjarige kinderen alleen uitoefent, bepaalt de…
  • Artikel 1:253hIndien na het overlijden van één der ouders een voogd is benoemd, kan de rechter deze beslissing te allen tijde in dier…

§ 2a Gezag na meerderjarigverklaring

§ 3 Het bewind van de ouders

  • Artikel 1:253iIngeval van gezamenlijke gezagsuitoefening voeren de ouders gezamenlijk het bewind over het vermogen van het kind en…
  • Artikel 1:253jDe ouders of een ouder moeten het bewind over het vermogen van hun kind als goede bewindvoerders voeren.
  • Artikel 1:253kOp het bewind van de ouders of een ouder zijn de artikelen 342, tweede lid, 344 tot en met 357 en 370 van dit boek van…
  • Artikel 1:253lElke ouder die het gezag over zijn kind uitoefent, heeft het vruchtgenot van diens vermogen.
  • Artikel 1:253mDe ouder heeft geen vruchtgenot van het vermogen, ten aanzien waarvan bij uiterste wilsbeschikking van de erflater of…

Afdeling 3 Gemeenschappelijke bepalingen betreffende de gezagsuitoefening door de ouders en de gezagsuitoefening door één van hen

  • Artikel 1:253nBeëindiging van gezamenlijk gezag van ongehuwde ouders
  • Artikel 1:253oBeslissingen waarbij een ouder alleen met het gezag is belast, gegeven ingevolge het bepaalde in de paragrafen 1, 2 en…
  • Artikel 1:253pIn de gevallen waarin door de rechter het gezag wordt opgedragen aan beide ouders of aan een ouder alleen, neemt dit…
  • Artikel 1:253qWanneer een van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, op een der in artikel…
  • Artikel 1:253rArtikel 253q is van overeenkomstige toepassing, indien:
  • Artikel 1:253sIndien het kind met instemming van zijn ouders die het gezag over hem uitoefenen, gedurende ten minste een jaar door…

Afdeling 3A Gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder

Paragraaf 1 Het gezamenlijk gezag van rechtswege van een ouder tezamen met een ander dan een ouder

Paragraaf 2 Het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder krachtens rechterlijke beslissing

  • Artikel 1:253tGezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder
  • Artikel 1:253uHet gezamenlijk gezag begint op de dag waarop de beslissing die de benoeming inhoudt, in kracht van gewijsde is gegaan…
  • Artikel 1:253vOp de gezamenlijke gezagsuitoefening door de ouder en de ander zijn de artikelen 246, 247, 249, 250, 253a, 253j tot en…

Paragraaf 3 Gemeenschappelijke bepalingen inzake het gezamenlijk gezag van een ouder tezamen met een ander dan een ouder

  • Artikel 1:253wOnderhoudsplicht van de niet-ouder met gezag
  • Artikel 1:253xNa de dood van de ouder die tezamen met de ander het gezag uitoefende, oefent die ander van rechtswege de voogdij over…
  • Artikel 1:253yHet gezamenlijk gezag, bedoeld in de artikelen 253sa en 253t, eindigt op de dag waarop in kracht van gewijsde is gegaan…

Afdeling 4 Ondertoezichtstelling van minderjarigen

  • Artikel 1:254In deze afdeling wordt verstaan onder gecertificeerde instelling:
  • Artikel 1:255Gronden voor ondertoezichtstelling
  • Artikel 1:256De kinderrechter kan een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor…
  • Artikel 1:257Voorlopige ondertoezichtstelling van een minderjarige
  • Artikel 1:258De duur van de ondertoezichtstelling is, behoudens verlenging als bedoeld in artikel 260, ten hoogste een jaar.
  • Artikel 1:259De kinderrechter kan de gecertificeerde instelling die het toezicht heeft, vervangen door een andere gecertificeerde…
  • Artikel 1:260De kinderrechter kan, mits aan de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, is voldaan, de duur van de…
  • Artikel 1:261De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling opheffen indien de grond, bedoeld in artikel 255, eerste lid, niet langer…
  • Artikel 1:262De gecertificeerde instelling houdt toezicht op de minderjarige en zorgt dat aan de minderjarige en de met het gezag…
  • Artikel 1:262aDit artikel treedt niet meer in werking.
  • Artikel 1:262bGeschillen met de gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling
  • Artikel 1:263Schriftelijke aanwijzing door de gecertificeerde instelling
  • Artikel 1:264Vervallenverklaring van een schriftelijke aanwijzing
  • Artikel 1:265Op verzoek van degene aan wie de aanwijzing is gericht, kan de gecertificeerde instelling een schriftelijke aanwijzing…
  • Artikel 1:265aPlaatsing van de minderjarige gedurende dag en nacht buiten het gezin geschiedt uitsluitend met een machtiging tot…
  • Artikel 1:265bMachtiging tot uithuisplaatsing
  • Artikel 1:265cDe duur van de machtiging tot uithuisplaatsing is, behoudens verlenging als bedoeld in het tweede lid, ten hoogste een…
  • Artikel 1:265dEen uithuisplaatsing kan door de gecertificeerde instelling worden beëindigd indien deze niet langer noodzakelijk is in…
  • Artikel 1:265eDe kinderrechter kan bij de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verleend…
  • Artikel 1:265fVoor zover noodzakelijk in verband met de uithuisplaatsing van de minderjarige, kan de gecertificeerde instelling voor…
  • Artikel 1:265gVoor de duur van de ondertoezichtstelling kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling een…
  • Artikel 1:265hIndien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor…
  • Artikel 1:265iDe gecertificeerde instelling behoeft de toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van een…
  • Artikel 1:265jIndien de gecertificeerde instelling oordeelt dat niet-verlenging van de ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 260…
  • Artikel 1:265kVerzoeken op grond van deze afdeling worden schriftelijk gedaan.

Afdeling 5 Beëindiging van het ouderlijk gezag

  • Artikel 1:266Beëindiging van het ouderlijk gezag door de rechter
  • Artikel 1:267Beëindiging van het gezag kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming of het openbaar…
  • Artikel 1:267aDe rechtbank die een verzoek tot beëindiging van het gezag afwijst, kan een minderjarige onder toezicht te stellen als…
  • Artikel 1:268De rechtbank kan een ouder geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag schorsen indien:
  • Artikel 1:269In plaats van schorsing van beide ouders of van een ouder in de uitoefening van het gezag als bedoeld in artikel 268…
  • Artikel 1:274Indien de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, wordt na de beëindiging van het gezag van een van hen voortaan het…
  • Artikel 1:275Indien de andere ouder het gezag niet voortaan alleen uitoefent, benoemt de rechtbank een voogd over de minderjarigen.
  • Artikel 1:276Indien de ouder wiens gezag is beëindigd het bewind over het vermogen van zijn kinderen voerde, wordt hij tevens…
  • Artikel 1:277Herstel in het gezag
  • Artikel 1:278Een verzoek als bedoeld in artikel 277 van dit boek kan ook worden gedaan door de raad voor de kinderbescherming.

Afdeling 6 Voogdij

§ 1 Voogdij in het algemeen

  • Artikel 1:280De voogdij begint: a.
  • Artikel 1:281De voogdij eindigt op de dag, waarop in kracht van gewijsde is gegaan de beschikking waarbij:
  • Artikel 1:282Op eensluidend verzoek van de voogd en een ander die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, kan de…
  • Artikel 1:282aDe gezamenlijke uitoefening van de voogdij eindigt op de dag waarop in kracht van gewijsde is gegaan de beschikking…
  • Artikel 1:282bNa de dood van een voogd die de voogdij samen met een ander uitoefende, oefent de andere voogd voortaan alleen de…
  • Artikel 1:283De verzoeken die de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, dan wel de rechtspersoon…

§ 2 Voogdij door een der ouders opgedragen

§ 3 Voogdij door de rechter opgedragen

  • Artikel 1:295De rechtbank benoemt een voogd over alle minderjarigen, die niet onder ouderlijk gezag staan en in wier voogdij niet op…
  • Artikel 1:296Is voorziening nodig in afwachting van het begin der voogdij overeenkomstig artikel 280 van dit boek, dan benoemt de…
  • Artikel 1:297De rechtbank benoemt insgelijks een voogd, wanneer voorziening nodig is wegens:
  • Artikel 1:298Gedurende de in de artikelen 296 en 297 bedoelde voogdij is de uitoefening van de voogdij geschorst ten aanzien van de…
  • Artikel 1:299De rechtbank benoemt de voogd op verzoek van bloed- of aanverwanten van de minderjarige, de raad voor de…
  • Artikel 1:299aDegene die met instemming van de voogd een minderjarige in zijn gezin - anders dan uit hoofde van een…
  • Artikel 1:301De ambtenaar van de burgerlijke stand geeft de rechtbank onverwijld kennis:

§ 4 Voogdij van rechtspersonen

  • Artikel 1:302De rechter kan de voogdij opdragen aan een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.
  • Artikel 1:303Voor zover de wet niet anders bepaalt, heeft de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die…
  • Artikel 1:304Met de gecertificeerde instelling, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet zijn de bestuurders hoofdelijk en persoonlijk…
  • Artikel 1:306Zonder toestemming van de rechtbank mag een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet een…
  • Artikel 1:306aDe zesde afdeling van deze titel is niet van toepassing op de uitoefening van de voorlopige voogdij als bedoeld in de…

§ 5 Ontslag van de voogdij

  • Artikel 1:322Iedere voogd kan zich van zijn bediening doen ontslaan, indien:
  • Artikel 1:323Op verzoek van de voogden gezamenlijk of van een van hen beëindigt de rechter de gezamenlijke uitoefening van de…

§ 6 Onbevoegdheid tot de voogdij

  • Artikel 1:324Wanneer een voogd op een der in artikel 246 van dit boek genoemde gronden onbevoegd is tot de voogdij, ontslaat de…

§ 7 Ondertoezichtstelling van onder voogdij staande minderjarigen

  • Artikel 1:326Kinderen die onder voogdij staan van natuurlijke personen, kunnen onder toezicht worden gesteld.

§ 8 Beëindiging van voogdij

  • Artikel 1:327De rechtbank kan de voogdij van een natuurlijk persoon beëindigen indien:
  • Artikel 1:328De rechtbank kan de voogdij van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet of van een…
  • Artikel 1:329Beëindiging van de voogdij kan worden uitgesproken op verzoek van de raad voor de kinderbescherming, het openbaar…
  • Artikel 1:331De rechtbank kan een met de voogdij belaste natuurlijke persoon geheel of gedeeltelijk in de uitoefening van het gezag…
  • Artikel 1:331aIn plaats van schorsing van de voogd in de uitoefening van de voogdij en voorziening in de voorlopige voogdij als…
  • Artikel 1:332aDe rechtbank die een verzoek tot beëindiging van de voogdij afwijst, is bevoegd een minderjarige onder toezicht te…
  • Artikel 1:334Indien de rechtbank de beëindiging van de voogdij uitspreekt, voorziet zij tevens in het gezag, behoudens het bepaalde…
  • Artikel 1:335Degene van wie de voogdij is beëindigd op grond van artikel 327, eerste lid, aanhef en onder a, b of c kan niet wederom…

§ 9 Het toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige

  • Artikel 1:336De voogd draagt zorg, dat de minderjarige overeenkomstig diens vermogen wordt verzorgd en opgevoed.
  • Artikel 1:336aIndien de minderjarige door een ander of anderen dan zijn voogd, als behorende tot het gezin met instemming van de…

§ 10 Het bewind van de voogd

  • Artikel 1:337De voogd vertegenwoordigt de minderjarige in burgerlijke handelingen.
  • Artikel 1:337aIn geval van gezamenlijke uitoefening van de voogdij worden de bevoegdheden die de voogd ingevolge de paragrafen 10 en…
  • Artikel 1:338De voogd zorgt dat het vermogen van de minderjarige, zoals dit bij het begin van zijn voogdij is samengesteld, zo…
  • Artikel 1:339Wanneer de goederen van de minderjarigen een waarde van € 11 250 niet te boven gaan, kan de voogd een door hem…
  • Artikel 1:340De kantonrechter kan bij gebleken noodzakelijkheid een langere termijn voor de inlevering van een boedelbeschrijving of…
  • Artikel 1:341In de boedelbeschrijving of in de verklaring, bedoeld in artikel 339 van dit boek, moet de voogd opgeven wat hij van de…
  • Artikel 1:342De artikelen 338 tot en met 341 zijn van overeenkomstige toepassing, wanneer de minderjarige gedurende de voogdij door…
  • Artikel 1:343De voogd kan, onverminderd zijn aansprakelijkheid voor de door zijn slecht bewind veroorzaakte schade, voor de…
  • Artikel 1:344Voor zover de kantonrechter niet anders bepaalt, geeft de voogd de effecten aan toonder van de minderjarige in bewaring…
  • Artikel 1:345Rechtshandelingen waarvoor machtiging van de kantonrechter nodig is
  • Artikel 1:346De voogd kan geen goederen van de minderjarige kopen, huren of pachten, zonder dat de kantonrechter de te sluiten…
  • Artikel 1:347Een in strijd met artikel 345 of 346 verrichte rechtshandeling ten name van de minderjarige is vernietigbaar;
  • Artikel 1:348De voogd kan, zonder dat de kantonrechter de te sluiten overeenkomst goedkeurt, geen inschuld ten laste van de…
  • Artikel 1:349Een voogd die zonder machtiging van de kantonrechter voor de minderjarige als eiser in rechte optreedt of tegen een…
  • Artikel 1:350De voogd draagt zorg voor een doelmatige belegging van het vermogen van de minderjarige.
  • Artikel 1:351Wanneer het vermogen van de minderjarige of een gedeelte daarvan in een onderneming van handel, landbouw of nijverheid…
  • Artikel 1:352Ondanks het ontbreken der vereiste machtiging zijn handelingen, door de voogd verricht in strijd met artikel 350 of…
  • Artikel 1:353De voogd kan niet zonder machtiging van de kantonrechter van een de minderjarige toekomend aandeel in een ontbonden…
  • Artikel 1:354De kantonrechter kan te allen tijde de voogd ten verhore doen oproepen.
  • Artikel 1:355Aan een met het gezag belaste ouder of aan een ouder die alleen het bewind over het vermogen heeft en die aangifte…
  • Artikel 1:356Aanwijzingen en machtigingen, als in deze paragraaf bedoeld, geeft de kantonrechter slechts, indien dit hem in het…
  • Artikel 1:357Indien de kosten van een ten behoeve van een minderjarige bevolen maatregel bij rechterlijke beschikking te diens laste…
  • Artikel 1:358De voogd mag alle noodzakelijke, betamelijke en behoorlijk gerechtvaardigde uitgaven aan de minderjarige in rekening…
  • Artikel 1:359De kantonrechter kan te allen tijde op verzoek van de andere voogd of ambtshalve aan de voogd de verplichting opleggen…
  • Artikel 1:360Bij verschil van mening omtrent de rekening kan de kantonrechter verbetering daarvan gelasten.
  • Artikel 1:361De periodiek door de voogd gedane rekening of een eensluidend afschrift daarvan blijft berusten ter griffie van de…
  • Artikel 1:362De kantonrechter kan op verzoek van de andere voogd of ambtshalve de schade vaststellen, die blijkens de rekening de…
  • Artikel 1:363De kantonrechter kan te allen tijde bevelen dat de voogd voor zijn bewind zekerheid stelt.
  • Artikel 1:364De door de voogd gestelde zekerheid houdt op, zodra zijn rekening en verantwoording is goedgekeurd, of zodra de…
  • Artikel 1:365Indien de voogd in gebreke blijft:
  • Artikel 1:366Insgelijks kan de kantonrechter de raad voor de kinderbescherming ermede in kennis stellen, dat:
  • Artikel 1:367De raad voor de kinderbescherming die van de kantonrechter zodanige mededeling ontvangt, onderwerpt, na onderzoek van…
  • Artikel 1:369Indien minderjarigen die onder voogdij van verschillende voogden staan, goederen gemeen hebben, kan de kantonrechter…
  • Artikel 1:370De kantonrechter kan op verzoek van de voogd of ambtshalve, het vermogen van de minderjarige of een deel daarvan, met…
  • Artikel 1:371De voogd is verplicht ter griffie van de rechtbank kennis te geven van elke verandering in zijn woonplaats.
  • Artikel 1:371aDe griffier van het gerecht dat een voogd benoemt, doet daarvan onverwijld mededeling aan de kantonrechter van de…

§ 11 De rekening en verantwoording bij het einde van de voogdij

  • Artikel 1:372Na het einde van zijn bewind doet de voogd daarvan onverwijld rekening en verantwoording.
  • Artikel 1:373Deze rekening en verantwoording doet de voogd hetzij aan de meerderjarig gewordene, hetzij aan de erfgenamen van de…
  • Artikel 1:374Bedoelde rekening en verantwoording wordt afgelegd ten overstaan van de kantonrechter, binnen wiens rechtsgebied de…
  • Artikel 1:375Een rechtshandeling die de meerderjarig gewordene betreffende de voogdij of de voogdijrekening richt tot of verricht…
  • Artikel 1:376Wat de minderjarige aan de voogd schuldig blijft, draagt geen rente, zolang hij niet - na het sluiten der rekening -…
  • Artikel 1:377Elke rechtsvordering op grond van het gevoerde voogdijbewind - zowel van de zijde van de minderjarige als van die van…

Titel 15 Omgang en informatie

  • Artikel 1:377aRecht op omgang tussen kind en ouder
  • Artikel 1:377bInformatieplicht van de ouder met gezag
  • Artikel 1:377cInformatie van derden aan de ouder zonder gezag
  • Artikel 1:377dOnverminderd het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, begint de uitoefening van het recht op omgang zodra de…
  • Artikel 1:377eWijziging van beslissingen over omgang en informatie
  • Artikel 1:377gDe rechter kan, indien haar blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een…

Titel 16 Curatele

  • Artikel 1:378Gronden voor ondercuratelestelling
  • Artikel 1:379Wie ondercuratelestelling kan verzoeken
  • Artikel 1:380De rechter voor wie het verzoek tot ondercuratelestelling aanhangig is of laatstelijk aanhangig was, kan, desverzocht…
  • Artikel 1:381Handelingsonbekwaamheid van de onder curatele gestelde
  • Artikel 1:382Hij die uit hoofde van gewoonte van drank- of drugsmisbruik onder curatele is gesteld, blijft bekwaam tot het…
  • Artikel 1:383Benoeming van de curator
  • Artikel 1:384Indien een beschikking, waarbij curatele is uitgesproken, in hoger beroep of cassatie wordt vernietigd en het verzoek…
  • Artikel 1:385Behoudens het in de artikelen 383 en 384 bepaalde vinden de artikelen 250 en 280, onder b, 281 lid 1 onder a en lid 2…
  • Artikel 1:386Op het bewind van de curator zijn de omtrent het bewind van de voogd gegeven voorschriften van overeenkomstige…
  • Artikel 1:389De curatele eindigt: a.
  • Artikel 1:390Alle uitspraken waarbij een curatele wordt verleend of opgeheven of waarbij een uitspraak tot ondercuratelestelling…
  • Artikel 1:391Door een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen orgaan wordt een openbaar register gehouden, waarin…

Titel 17 Levensonderhoud

Afdeling 1 Algemene bepalingen

  • Artikel 1:392Wie tot levensonderhoud verplicht is
  • Artikel 1:394Onderhoudsplicht van de verwekker
  • Artikel 1:395Onderhoudsplicht van de stiefouder
  • Artikel 1:395aLevensonderhoud voor kinderen van 18 tot 21 jaar
  • Artikel 1:395bHeeft de rechter het bedrag bepaald, dat een ouder of stiefouder dan wel, overeenkomstig artikel 394, de verwekker of…
  • Artikel 1:396De verplichting van behuwdkinderen en van schoonouders tot het verstrekken van onderhoud vervalt, wanneer het huwelijk…
  • Artikel 1:397Maatstaven: behoefte en draagkracht
  • Artikel 1:398Wanneer hij die tot levensonderhoud verplicht is, buiten staat is het daartoe vereiste geld op te brengen, kan de…
  • Artikel 1:399De rechter kan de verplichting van bloed- en aanverwanten tot levensonderhoud matigen op grond van zodanige gedragingen…
  • Artikel 1:400Rangorde van onderhoudsgerechtigden
  • Artikel 1:401Wijziging of intrekking van een alimentatie-uitspraak
  • Artikel 1:402De rechter, die het bedrag van een uitkering tot levensonderhoud bepaalt, wijzigt of intrekt, stelt tevens de dag vast…
  • Artikel 1:402aJaarlijkse indexering van alimentatie
  • Artikel 1:403Geen uitkering is verschuldigd over de tijd, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek reeds meer dan vijf…

Afdeling 2 Voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding van minderjarige kinderen en stiefkinderen

  • Artikel 1:404Onderhoudsplicht van ouders voor minderjarige kinderen
  • Artikel 1:406Komt een ouder of stiefouder zijn verplichting tot voorziening in de kosten van verzorging en opvoeding niet of niet…
  • Artikel 1:406aEen op artikel 394 gegrond verzoek kan ten behoeve van een minderjarig kind door hem die het gezag over het kind heeft…
  • Artikel 1:407Gelijktijdig met een door de rechtbank te geven uitspraak betreffende het over de kinderen uit te oefenen gezag na…
  • Artikel 1:408Inning van alimentatie door het LBIO

Titel 18 Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen

Afdeling 1 Onderbewindstelling in geval van afwezigheid

  • Artikel 1:409Bewind over goederen van een afwezige
  • Artikel 1:410Voor zover de kantonrechter niet anders bepaalt, vinden op het bewind van de bewindvoerder de artikelen 338, 339, 340…
  • Artikel 1:411Het bewind eindigt: a.

Afdeling 2 Personen wier bestaan onzeker is

  • Artikel 1:412Wanneer aan een persoon wiens bestaan onzeker is een erfdeel of een legaat opkomt, waartoe, indien hij niet in leven…
  • Artikel 1:413Is het bestaan van een persoon onzeker en is de in het volgende lid aangegeven tijdruimte verlopen, dan kunnen…
  • Artikel 1:414De rechtbank stelt dag en uur vast, waartegen de vermiste moet worden opgeroepen.
  • Artikel 1:416Geen hogere voorziening is toegelaten tegen beschikkingen, houdende bevel tot oproeping van de vermiste.
  • Artikel 1:417Zodra de beschikking, houdende vaststelling van vermissing, in kracht van gewijsde is gegaan, zendt de griffier van het…
  • Artikel 1:418Erfgenamen en legatarissen van degene ten aanzien van wie de vermissing is vastgesteld, zijn verplicht alvorens zij de…
  • Artikel 1:419De akte waarbij zekerheid is gesteld, de boedelbeschrijving en de akte van verdeling moeten in origineel of in…
  • Artikel 1:420Wanneer het aan de kantonrechter blijkt, dat een erfgenaam of legataris de hem in de twee voorgaande artikelen…
  • Artikel 1:421Hetgeen in de vorige drie artikelen is bepaald omtrent erfgenamen, die goederen uit de nalatenschap ontvangen, is van…
  • Artikel 1:422Wanneer de vermiste terugkeert, of wanneer blijkt dat de dag van overlijden in de akte van overlijden onjuist is…
  • Artikel 1:423Indien binnen vijf jaar na de dag waarop de akte van overlijden overeenkomstig artikel 417 van dit boek is opgemaakt…
  • Artikel 1:425Indien de achtergebleven echtgenote van een vermiste een nieuw huwelijk is aangegaan, doch de vermiste nog in leven was…

Afdeling 3 Vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen

  • Artikel 1:426Indien het lichaam van een vermist persoon niet is kunnen worden teruggevonden doch, alle omstandigheden in aanmerking…
  • Artikel 1:427De beschikking, houdende verklaring dat de in artikel 426 bedoelde persoon is overleden, noemt de dag en zo mogelijk…
  • Artikel 1:429De griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt een afschrift van de beschikking, zodra…
  • Artikel 1:430De akten, opgemaakt volgens artikel 429, gelden als akten van overlijden in de zin van artikel 19f, eerste lid.

Titel 19 Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen

  • Artikel 1:431Gronden voor onderbewindstelling
  • Artikel 1:432Wie onderbewindstelling kan verzoeken
  • Artikel 1:432aDit artikel is van toepassing indien het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de rechthebbende…
  • Artikel 1:433Tenzij bij de onderbewindstelling anders is bepaald, omvat het bewind ook de goederen die geacht moeten worden in de…
  • Artikel 1:434In beschikkingen als bedoeld in de artikelen 432 en 433, tweede lid, van dit boek bepaalt de rechter ambtshalve welke…
  • Artikel 1:435Benoeming van de bewindvoerder
  • Artikel 1:436De bewindvoerder is verplicht zo spoedig mogelijk een beschrijving van de aan het bewind onderworpen goederen op te…
  • Artikel 1:437De rechter kan twee bewindvoerders benoemen, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten.
  • Artikel 1:438Tijdens het bewind komt het beheer over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende maar aan de…
  • Artikel 1:439Indien een rechtshandeling ongeldig is, omdat zij ondanks het bewind werd verricht door of gericht tot de…
  • Artikel 1:440Schulden die voortspruiten uit een handeling, tijdens het bewind met of jegens de rechthebbende, anders dan in…
  • Artikel 1:441Tijdens het bewind vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten…
  • Artikel 1:442Heeft iemand als bewindvoerder een rechtshandeling verricht, dan richten de rechten en verplichtingen van de…
  • Artikel 1:443De bewindvoerder kan alvorens in rechte op te treden zich te zijner verantwoording doen machtigen door de rechthebbende…
  • Artikel 1:444Een bewindvoerder is jegens de rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder te kort…
  • Artikel 1:445De bewindvoerder legt, tenzij andere tijdstippen zijn bepaald, jaarlijks en aan het einde van het bewind rekening en…
  • Artikel 1:446Voor zover de kantonrechter niet anders bepaalt, wordt bij het afleggen van de periodieke rekening en verantwoording…
  • Artikel 1:446aDe bewindvoerder doet telkens na verloop van vijf jaren, of zo veel eerder als de kantonrechter bepaalt, aan deze…
  • Artikel 1:447De bewindvoerder heeft aanspraak op beloning overeenkomstig de regels die daaromtrent bij regeling van Onze Minister…
  • Artikel 1:448De taak van de bewindvoerder eindigt:
  • Artikel 1:449Het bewind eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of…

Titel 20 Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen

  • Artikel 1:450Gronden voor instelling van mentorschap
  • Artikel 1:451Wie mentorschap kan verzoeken
  • Artikel 1:452Benoeming van de mentor
  • Artikel 1:453Tenzij uit wet of verdrag anders voortvloeit, is de betrokkene tijdens het mentorschap onbevoegd rechtshandelingen te…
  • Artikel 1:453aIndien de rechter dit noodzakelijk acht, beslist hij tevens dat artikel 246, van dit boek van overeenkomstige…
  • Artikel 1:454De mentor is gehouden degene ten behoeve van wie het mentorschap is ingesteld zo veel mogelijk bij de vervulling van…
  • Artikel 1:455Degene ten behoeve van wie het mentorschap is ingesteld, is, onverminderd het bepaalde in artikel 172 van Boek 6…
  • Artikel 1:456De mentor kan alvorens in rechte op te treden zich te zijner verantwoording doen machtigen door de betrokkene of…
  • Artikel 1:457Een rechtshandeling verricht in strijd met artikel 453 van dit boek is overeenkomstig het tweede en derde lid…
  • Artikel 1:458Voor zover een of meer van de goederen van de betrokkene onder een bewind als bedoeld in titel 19 van dit boek staan…
  • Artikel 1:459De mentor doet desgevraagd van zijn werkzaamheden verslag aan de kantonrechter.
  • Artikel 1:460De mentor mag de bij de vervulling van zijn taak noodzakelijk gemaakte kosten aan de betrokkene in rekening brengen.
  • Artikel 1:461De taak van de mentor eindigt:
  • Artikel 1:462Het mentorschap eindigt door het verstrijken van de tijdsduur waarvoor het is ingesteld en door de dood of…

Uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Omschrijvingen bij artikelen zijn redactioneel of de openingszin van het artikel. Dit is geen juridisch advies.