Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:27 BW

Geldt sinds 1 september 2017

  1. 1

    Hij die beweert enig recht op een registergoed te hebben, kan alle belanghebbenden bij openbare oproeping, en daarnaast hen die als rechthebbende of beslaglegger op dat goed ingeschreven staan, ieder bij name dagvaarden om te horen verklaren dat hem het recht waarop hij aanspraak maakt, toekomt. Alvorens een zodanige eis toe te wijzen, kan de rechter de maatregelen bevelen en de bewijsopdrachten doen, welke hij in het belang van mogelijke niet-verschenen rechthebbenden nuttig oordeelt. Een krachtens dit artikel verkregen verklaring wordt niet in de registers ingeschreven, voordat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.

  2. 2

    Tegen het vonnis is geen verzet toegelaten. Hoger beroep en cassatie staan volgens de gewone regels open, behoudens de volgende uitzonderingen. Artikel 335 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is niet van toepassing. De dagvaarding waarbij het rechtsmiddel wordt ingesteld, moet op straffe van niet-ontvankelijkheid binnen acht dagen worden ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 433 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De termijn voor hoger beroep begint voor niet-verschenen belanghebbenden te lopen vanaf de betekening van de uitspraak aan hen bij name, voor zover zij ingeschreven waren, of bij openbaar exploit, zo zij niet ingeschreven waren. Cassatie staat alleen open voor verschenen belanghebbenden.

  3. 3

    De krachtens lid 1 ingeschreven verklaring wordt ten aanzien van niet-verschenen belanghebbenden die niet bij name zijn gedagvaard, vermoed juist te zijn, zolang het tegendeel niet bewezen is. Op de onjuistheid kan echter geen beroep worden gedaan ten nadele van hen die, daarmee onbekend, de verkrijger van het vonnis onder bijzondere titel zijn opgevolgd.

  4. 4

    Een openbare oproeping als bedoeld in lid 1 geschiedt overeenkomstig artikel 54, tweede en derde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Een openbaar exploot als bedoeld in lid 2 geschiedt op dezelfde wijze, tenzij de rechter nadere maatregelen voorschrijft als bedoeld in lid 1. De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen bestaan in het voorschrijven van al of niet herhaalde aankondigingen van een door de rechter vast te stellen inhoud in één of meer binnen- of buitenlandse dagbladen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:280Parket bij de Hoge Raad, 13 maart 2026 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Echtscheiding. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Aanvullende conclusie na ECLI:NL:PHR:2025:428. Ontvankelijkheid cassatieberoep i.v.m. uitblijven aantekening in…

  • ECLI:NL:PHR:2024:383Parket bij de Hoge Raad, 5 april 2024 (personen- en familierecht)

    Personen- en familierecht. Ouders zijn in 1977 in gemeenschap van goederen gehuwd en zijn in 1990 van tafel en bed gescheiden. Is sprake van verzoening voor 1 juni 2001 ex art. 1:176 BW (oud), zodat…

  • ECLI:NL:PHR:2023:874Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (goederenrecht)

    Proces- en goederenrecht. Toewijzing van verklaring voor recht dat hypotheekrechten als gevolg van art. 3:45 BW nietig zijn. Hoger beroep niet-ontvankelijk omdat niet is voldaan aan de verplichting…

  • ECLI:NL:PHR:2023:875Parket bij de Hoge Raad, 6 oktober 2023 (civiel recht)

    Waardeloosverklaring van inschrijving in de openbare registers. Niet-ontvankelijkheid vanwege niet tijdige inschrijving in het rechtsmiddelenregister? Art. 3:39 lid 3 BW. Samenhang met rechtspraak…

  • ECLI:NL:OGHACMB:2026:286Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 20 juli 2026 (goederenrecht)

    Tussenbeschikking. Artikel 3:200a e.v. BW BES. Voorschot en oproep.

  • ECLI:NL:OGHACMB:2026:91Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 13 mei 2026 (civiel recht)

    Art. 3:27 BW Gebruiker van een perceel grond vordert een verklaring voor recht dat hij in 2009 door verjaring de eigendom van dat perceel heeft gekregen. Vordering wordt afgewezen want geen…

  • ECLI:NL:OGEABES:2025:32Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 7 augustus 2025 (civiel recht)

    Oude boedel Yatu Baku & Omgeving Washikemba. Eindbeschikking. Machtiging verkoop ex art. 3:174 BW dan wel toekenning in eigendom aan de overheid.

  • ECLI:NL:OGEABES:2025:125Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 1 augustus 2025 (civiel recht)

    Beroep op gezag van gewijsde faalt.

68 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.