Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:319 BW

Nieuwe verjaringstermijn na stuiting redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering, anders dan door het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de volgende dag. Is een bindend advies gevraagd en verkregen, dan begint de nieuwe verjaringstermijn te lopen met de aanvang van de dag, volgende op die waarop het bindend advies is uitgebracht.

  2. 2

    De nieuwe verjaringstermijn is gelijk aan de oorspronkelijke, doch niet langer dan vijf jaren. Niettemin treedt de verjaring in geen geval op een eerder tijdstip in dan waarop ook de oorspronkelijke termijn zonder stuiting zou zijn verstreken.

  3. 3

    Door stuiting van de verjaring van een rechtsvordering op grond van artikel 316, lid 4, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met aanvang van de dag volgende op de dag van de uitspraak die in kracht van gewijsde is gegaan. De nieuwe verjaringstermijn is gelijk aan de oorspronkelijke verjaringstermijn, doch niet langer dan vijf jaren. Niettemin treedt de verjaring in geen geval op een eerder tijdstip in dan waarop ook de oorspronkelijke termijn zonder stuiting zou zijn verstreken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:864Parket bij de Hoge Raad, 11 september 2026 (civiel recht)

    Verjaring rechtsvordering. Afstand van verjaring. Beroep op vaststellingsovereenkomst.

  • ECLI:NL:PHR:2025:1296Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1082Parket bij de Hoge Raad, 18 oktober 2024 (civiel recht)

    Pensioenrecht. Uitleg hoofdzakelijkheidscriterium verplichtstellingsbesluit bedrijfstakpensioenfonds. Verjaring. Moment opeisbaar worden premievordering (art 3:308 BW). Vervolg op HR 9 april 2021…

  • ECLI:NL:PHR:2024:1005Parket bij de Hoge Raad, 4 oktober 2024 (burgerlijk procesrecht)

    Verjaring van dwangsommen (art. 611g Rv). Dwangsomschuldenaar maakt executiegeschil aanhangig en voorzieningenrechter verbiedt de executie gedeeltelijk. Is voor de resterende dwangsommen vervolgens…

  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9533Rechtbank Limburg, 23 september 2026 (verbintenissenrecht)

    Consumentenkoop. Vordering is verjaard. Niet gesteld of gebleken dat verjaring na 2021 nog is gestuit.

  • ECLI:NL:OGEABES:2026:205Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 19 augustus 2026 (verbintenissenrecht)

    Een bouwbedrijf heeft in het verleden werkzaamheden verricht voor een resort op Bonaire. Het bouwbedrijf meent dat het resort nog een schuld heeft voor uitgevoerde bouwwerkzaamheden en een…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8165Rechtbank Rotterdam, 8 juli 2026 (civiel recht)

    Eiseres heeft goederen vervoerd voor gedaagde en wil daarvoor worden betaald. Een groot deel van de vorderingen was al verjaard op het moment dat eiseres voor het eerst de verjaring heeft gestuit.…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:14488Rechtbank Den Haag, 3 juni 2026 (verbintenissenrecht)

    Verjaring vordering tot schadevergoeding (art. 3:310 lid 1 BW). Vorderingen afgewezen omdat vordering tot schadevergoeding is verjaard. Eiser is er niet in geslaagd aan te tonen dat de vorderingen…

254 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.