Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:210 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is de vruchtgebruiker bevoegd in en buiten rechte nakoming te eisen van aan het vruchtgebruik onderworpen vorderingen en tot het in ontvangst nemen van betalingen.

  2. 2

    Tenzij bij de vestiging anders is bepaald, is hij tot ontbinding en opzegging van overeenkomsten slechts bevoegd, wanneer dit tot een goed beheer dienstig kan zijn.

  3. 3

    De hoofdgerechtigde is slechts bevoegd de in de vorige leden genoemde bevoegdheden uit te oefenen, indien hij daartoe toestemming van de vruchtgebruiker of machtiging van de kantonrechter heeft gekregen. Tegen de machtiging van de kantonrechter krachtens dit lid is geen hogere voorziening toegelaten.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:377Parket bij de Hoge Raad, 10 april 2026 (goederenrecht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is pandhouder bevoegd om schikking aan te gaan m.b.t. verpande vordering en, zo neen, kan hij die bevoegdheid in de pandakte bedingen met goederenrechtelijke werking?…

  • ECLI:NL:PHR:2023:754Parket bij de Hoge Raad, 1 september 2023 (burgerlijk procesrecht)

    Procesrecht. Pandrecht. Kan pandhouder van vordering op naam na mededeling pandrecht aan de schuldenaar een lopende procedure over vordering overnemen van pandgever middels schorsing en hervatting…

  • ECLI:NL:PHR:2022:260Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2022 (civiel recht)

    Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van…

  • ECLI:NL:PHR:2016:1002Parket bij de Hoge Raad, 30 september 2016 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Is een openbare, en dus inningsbevoegde, pandhouder (art. 3:246 BW) bevoegd het faillissement van de panddebiteur aan te vragen? Art. 1 lid 1 Fw.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:3012Gerechtshof Amsterdam, 26 september 2023 (belastingrecht)

    Overdrachtsbelasting. In geschil is of sprake is van een belaste verkrijging in de zin van artikel 2, tweede lid, Wet BRV. Het Hof oordeelt dat belanghebbende bij akte een samenstel van rechten en…

  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2274Gerechtshof Den Haag, 15 december 2020 (civiel recht)

    recht van vruchtgebruik op vordering; rechtsgeldige constructie?; misbruik van recht; uitlokken van wanpretatie onrechtmatig door bijkomende omstandigheden

  • ECLI:NL:RBDHA:2019:1065Rechtbank Den Haag, 6 februari 2019 (goederenrecht)

    Procedure met betrekking tot locaties voor mobiele telefonieantennes ten behoeve van KPN. Zijn er rechtsgeldige rechten van vruchtgebruik van Telecom Vastgoed gevestigd op de vorderingsrechten van de…

  • ECLI:NL:GHARL:2016:2264Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 17 maart 2016 (civiel recht)

    Faillissementsaanvraag. Pandhouder is niet bevoegd om het faillissement van de schuldenaar van zijn pandgever aan te vragen. Pandhouder doet mededeling van zijn pandrecht. Nadat betaling uitblijft…

12 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.