Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:316 BW

Stuiting door het instellen van een eis redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    De verjaring van een rechtsvordering wordt gestuit door het instellen van een eis, alsmede door iedere andere daad van rechtsvervolging van de zijde van de gerechtigde, die in de vereiste vorm geschiedt.

  2. 2

    Leidt een ingestelde eis niet tot toewijzing, dan is de verjaring slechts gestuit, indien binnen zes maanden, nadat het geding door het in kracht van gewijsde gaan van een uitspraak of op andere wijze is geëindigd, een nieuwe eis wordt ingesteld en deze alsnog tot toewijzing leidt. Wordt een daad van rechtsvervolging ingetrokken, dan stuit zij de verjaring niet.

  3. 3

    De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een handeling, strekkende tot verkrijging van een bindend advies, mits van die handeling met bekwame spoed mededeling wordt gedaan aan de wederpartij en zij tot verkrijging van een bindend advies leidt. Is dit laatste niet het geval, dan is het vorige lid van overeenkomstige toepassing.

  4. 4

    De verjaring van een rechtsvordering wordt ook gestuit door een ingestelde eis die niet tot toewijzing leidt, indien: a) het scheidsgerecht zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1052, vijfde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan; of b) de rechter zich onbevoegd heeft verklaard op grond van artikel 1022, eerste lid, 1067 of 1074d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en die uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2026:231Hoge Raad, 13 februari 2026 (verbintenissenrecht)

    Vermogensrecht. Verjaring. Vordering uit hypothecaire geldlening. Hypotheekrecht uitgewonnen. Stuiting door maandelijkse inning executoriaal loonbeslag? Daad van rechtsvervolging. Art. 3:307 BW. Art.…

  • ECLI:NL:HR:2025:1764Hoge Raad, 28 november 2025 (mededingingsrecht)

    Europees mededingingsrecht. Lift- en roltrapkartel. Follow-on-vorderingen kartelschade, ingesteld door claimstichting; aanvang verjaringstermijn art. 3:310 BW; HvJEU 18 april 2024, C-605/21…

  • ECLI:NL:PHR:2025:1296Parket bij de Hoge Raad, 28 november 2025 (burgerlijk procesrecht)

    Verjaring. Hypotheekrecht. Procesrecht. Verjaring restschuld lening na uitwinning hypothecair verbonden goed. Stuit de maandelijkse inning van afdracht krachtens loonbeslag de verjaring van de…

  • ECLI:NL:HR:2025:1685Hoge Raad, 14 november 2025 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Overeenkomstenrecht. Stuiting verjaring rechtsvordering tot ontbinding, art. 3:317 BW. Volstaat schriftelijke mededeling met ondubbelzinnig voorbehoud recht? Betekenis HR 11…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:29748Rechtbank Den Haag, 7 oktober 2026 (verbintenissenrecht)

    Vordering tot betaling achtergestelde lening. Vanaf verzuim wettelijke rente verschuldigd, voor zover deze hoger is dan de contractuele rente van 5% per jaar. Vordering tegen bestuurder o.gv.…

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:9951Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 oktober 2026 (goederenrecht)

    Geen erfdienstbaarheid door vestiging of verjaring. Uitleg ruilverkavelingsakte.

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5328Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    Tussenarrest. Effectenlease. Dexia. Sprake van advisering door tussenpersoon zonder vergunning waarvan Dexia wist of behoorde te weten? Is vernietigingsrecht ex art. 1:88 BW en art. 1:89 BW verjaard?…

  • ECLI:NL:GHARL:2026:5329Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 augustus 2026 (civiel recht)

    Effectenlease. Dexia.

800 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.