Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:43 BW

Verkrijgingsverbod voor rechters, notarissen en andere functionarissen redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Rechtshandelingen die, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomende personen, strekken tot verkrijging door: a.rechters, leden van het openbaar ministerie, gerechtsauditeurs, griffiers, advocaten, deurwaarders en notarissen van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht, onder welks rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen; b.ambtenaren, van goederen die door hen of te hunnen overstaan worden verkocht, of c.personen met openbaar gezag bekleed, van goederen die toebehoren aan het Rijk, provincies, gemeenten of andere openbare instellingen en aan hun beheer zijn toevertrouwd, zijn nietig en verplichten de verkrijgers tot schadevergoeding.

  2. 2

    Lid 1 onder a heeft geen betrekking op uiterste wilsbeschikkingen, door een erflater ten voordele van zijn wettelijke erfgenamen gemaakt, noch op rechtshandelingen krachtens welke deze erfgenamen goederen der nalatenschap verkrijgen.

  3. 3

    In het geval bedoeld in het eerste lid onder c is de rechtshandeling geldig, indien zij met Onze goedkeuring is geschied of het een verkoop in het openbaar betreft. Indien de rechtshandeling strekt tot verkrijging door een lid van de gemeenteraad of een wethouder, onderscheidenlijk de burgemeester komt de in de vorige zin bedoelde bevoegdheid tot goedkeuring toe aan gedeputeerde staten, onderscheidenlijk de Commissaris van de Koning.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2023:576Parket bij de Hoge Raad, 9 juni 2023 (civiel recht)

    Pachtbeëindigingsovereenkomst. Nietigheid vanwege sideletter? Art. 7:399c en 3:40 BW. Fosfaatrechten. Rechtspraak van de pachtkamer van het gerechtshof m.b.t. aanspraak van verpachter op overdracht…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1413Parket bij de Hoge Raad, 20 december 2019 (civiel recht)

    Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Procesrecht. Vervolg op HR 23 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:428. Vraag of beroep op in verrekening te brengen vordering afstuit op gezag van gewijsde van…

  • ECLI:NL:HR:2018:428Hoge Raad, 23 maart 2018 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge art. 3:43 lid 1, onder a, BW? Uitleg ‘aanhangig’, art. 125 lid 1 Rv; uitleg ‘verkrijging’…

  • ECLI:NL:PHR:2018:21Parket bij de Hoge Raad, 5 januari 2018 (civiel recht)

    Vermogensrecht. Verkrijging door advocaat van vordering waarover procedure aanhangig is; nietigheid ingevolge art. 3:43 lid 1, onder a, BW? Uitleg ‘aanhangig’, art. 125 lid 1 Rv; uitleg ‘verkrijging’…

  • ECLI:NL:GHARL:2024:3163Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 mei 2024 (civiel recht)

    Hoger beroep; -in gewijsde gegane berekening van legitieme portie; daarin zijn wel schulden aan de legitimaris opgenomen maar is de vorderingskant ervan niet in de bevolen verdeling verdisconteerd…

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:2945Rechtbank Overijssel, 1 mei 2024 (civiel recht)

    Het bedrijf is op 17 maart 2010 failliet verklaard met aanstelling van gedaagde 1 als curator. Eisers zijn bij vonnis van deze rechtbank van 9 december 2015 wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur…

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:2512Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 1 augustus 2023 (verbintenissenrecht)

    In dit geschil staat de vraag centraal of tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen op grond waarvan een 50%-aandeel in een golfbaan in Frankrijk is verkocht aan de mede-eigenaar.

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:1080Rechtbank Oost-Brabant, 15 maart 2023 (civiel recht)

    kort geding loonvordering ketenregeling CAO voor Uitzendkrachten

42 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.