Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:225 BW

Geldt sinds 1 januari 2002

Na het eindigen van het vruchtgebruik rust op de vruchtgebruiker of zijn rechtverkrijgenden de verplichting de goederen ter beschikking van de hoofdgerechtigde te stellen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2022:260Parket bij de Hoge Raad, 18 maart 2022 (civiel recht)

    Vruchtgebruik op vorderingen tot betaling van huurpenningen; rechtsgeldigheid; gesloten stelsel van goederenrecht; vruchtgebruikobject en vruchten; inningsbevoegdheid; zaaksvervanging; misbruik van…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:5525Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2025 (personen- en familierecht)

    Erfrecht; tussenvonnis met bewijsopdracht.

  • ECLI:NL:RBOVE:2024:2983Rechtbank Overijssel, 5 juni 2024 (civiel recht)

    Deze zaak gaat over twee nalatenschappen, over die van vader en die van moeder van eiseressen. Eiseressen beogen met hun vorderingen onder andere (meer) duidelijkheid te verkrijgen over de omvang en…

  • ECLI:NL:OGEAA:2021:115Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, 10 maart 2021 (civiel recht)

    Kort Geding. Ontruiming.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.