Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:310a BW

Geldt sinds 27 augustus 2015

  1. 1

    Een rechtsvordering tot opeising van een roerende zaak die krachtens de nationale wetgeving van een lid-staat van de Europese Unie of van een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte een cultuurgoed is in de zin van artikel 2, onder 1, van de richtlijn, bedoeld in artikel 86a, en waarvan die staat teruggave vordert op de grond dat zij op onrechtmatige wijze buiten zijn grondgebied is gebracht, verjaart door verloop van drie jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de plaats waar de zaak zich bevindt en de identiteit van de bezitter of de houder aan de centrale autoriteit van die staat als bedoeld in artikel 4 van de richtlijn zijn bekend geworden, en in elk geval door verloop van dertig jaren na de aanvang van de dag volgende op die waarop de zaak buiten het grondgebied van die staat is gebracht.

  2. 2

    De laatste termijn bedraagt vijfenzeventig jaren in het geval van zaken die deel uitmaken van openbare collecties in de zin van artikel 2, onder 8, van de richtlijn en van kerkelijke goederen als bedoeld in de richtlijn in de lid-staten van de Europese Unie of in de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, waar deze zijn onderworpen aan speciale beschermende maatregelen krachtens nationaal recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2023:200Hoge Raad, 10 februari 2023 (internationaal privaatrecht)

    Verjaring. Internationaal privaatrecht. Art. 3:310a (oud) BW, vordering tot teruggave cultuurgoed ex art. 1008 Rv. Uitleg art. 7 lid 1 Richtlijn 93/7/EEG. Bekendheid van verzoekende lidstaat of van…

  • ECLI:NL:PHR:2022:382Parket bij de Hoge Raad, 22 april 2022 (civiel recht)

    Rechtsvordering tot teruggave cultuurgoed art. 1008 Rv. Aanvangsmoment korte verjaringstermijn art. 3:310a lid 1 BW (oud). Niet uitsluitend kennis van door verzoekende lidstaat aangewezen ‘centrale…

  • ECLI:NL:GHAMS:2021:1007Gerechtshof Amsterdam, 6 april 2021 (civiel recht)

    Rechtsvordering tot teruggave cultuurgoed artikel 1008 Rv. Aanvang verjaring artikel 3:310a lid 1 BW (oud). Kennis bij opeisende staat in verband met huiszoeking bij veilinghuis.

  • ECLI:NL:GHDHA:2016:2144Gerechtshof Den Haag, 28 juni 2016 (civiel recht)

    Verordening (EEG) Nr. 1101/89; Wet structurele sanering binnenvaart; incassering door Staat van speciale bijdrage, opgelegd wegens ingebruikname (vergroot) schip. Formele rechtskracht. Verjaring.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.