Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:253 BW

Afrekening na verkoop van het verpande goed redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    De pandhouder houdt, na voldoening van de kosten van executie, van de netto-opbrengst af het aan hem verschuldigde bedrag waarvoor hij pandrecht heeft. Het overschot wordt aan de pandgever uitgekeerd. Zijn er pandhouders of andere beperkt gerechtigden, wier recht op het goed door de executie is vervallen, of hebben schuldeisers op het goed of op de opbrengst beslag gelegd, dan handelt de pandhouder overeenkomstig het bepaalde in artikel 490 b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

  2. 2

    De pandhouder kan de door hem aan de voormelde belanghebbenden uit te keren bedragen niet voldoen door verrekening, tenzij het een uitkering aan de pandgever betreft en deze uitkering niet plaats vindt gedurende diens faillissement, surséance, de toepassing ten aanzien van hem van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de vereffening van zijn nalatenschap. Is ten aanzien van de pandgever de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing, dan kan niettemin een uitkering aan de pandgever door verrekening worden voldaan indien het pandrecht is gevestigd na de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling en zowel de vordering als de schuld na die uitspraak zijn ontstaan.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2024:1119Parket bij de Hoge Raad, 25 oktober 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Bodemvoorrecht fiscus. Uitoefening van dat recht door curator ex art. 57 lid 3 tweede zin Fw. Betekenis afdracht restant executieopbrengst door pandhouder.

  • ECLI:NL:PHR:2024:990Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de…

  • ECLI:NL:HR:2021:524Hoge Raad, 9 april 2021 (civiel recht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle…

  • ECLI:NL:PHR:2020:884Parket bij de Hoge Raad, 2 oktober 2020 (civiel recht)

    Goederenrecht. Pandrecht. Is rangwijziging bij pandrecht mogelijk? Analoge toepassing van art. 3:262 lid 1 BW (hypotheekrecht)? Strekt de inningsbevoegdheid van de pandhouder zich uit over alle…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:1841Gerechtshof Den Haag, 9 juni 2026 (civiel recht)

    Vordering uit hoofde van een rekening-courantverhouding . De vordering wordt betwist op de grond dat de schuldenaar een dividendvordering op de schuldeiser heeft die zij kan verrekenen. En dat aan de…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2169Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2025 (goederenrecht)

    Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?

  • ECLI:NL:RBROT:2023:12288Rechtbank Rotterdam, 20 november 2023 (civiel recht)

    WHOA-zaak. Tijdelijke voorziening afkoelingsperiode. WHOA van toepassing op vennoten in VOF.

  • ECLI:NL:GHAMS:2023:6Gerechtshof Amsterdam, 3 januari 2023 (civiel recht)

    Aansprakelijkheid bank wegens onrechtmatige uitwinning zekerheid. Begroting schade. Hypothetische situatie van niet-onrechtmatig handelen.

31 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.