Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:265 BW

Geldt sinds 1 augustus 2003

Indien de hypotheekakte een uitdrukkelijk beding bevat, volgens hetwelk de hypotheekgever de inrichting of gedaante van het bezwaarde goed niet of niet zonder toestemming van de hypotheekhouder mag veranderen, kan op dit beding geen beroep worden gedaan, wanneer tot de verandering machtiging is verleend aan de huurder door de kantonrechter op grond van de bepalingen betreffende huur of aan de pachter of verpachter door de grondkamer op grond van de bepalingen betreffende pacht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBOVE:2023:1874Rechtbank Overijssel, 25 mei 2023 (verbintenissenrecht)

    Grassland c.s. vordert in deze procedure dat het executoriaal derdenbeslag wordt opgeheven dan wel geschorst en dat het Fundalot c.s. wordt verboden om de geldlening voor het einde van de looptijd op…

  • ECLI:NL:RBOBR:2019:1806Rechtbank Oost-Brabant, 2 april 2019 (civiel recht)

    Kort geding. Vaststellingsovereenkomst in proces-verbaal. Afspraak: vestigen "recht van hypotheek". Discussie ontstaan over inhoud hypotheekakte. Pandrecht. Beheers- en ontruimingsbeding. Art. 3:267…

  • ECLI:NL:GHSHE:2017:1516Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28 maart 2017 (civiel recht)

    onrechtmatige daad, causaliteit, kansberekening.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.