Burgerlijk Wetboek Boek 3

BW

Huidige tekst

Artikel 3:239 BW

Stil pandrecht op vorderingen op naam redactionele omschrijving

Geldt sinds 1 juli 2025

  1. 1

    Pandrecht op een tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen recht dat niet aan toonder of order luidt, of op het vruchtgebruik van een zodanig recht kan ook worden gevestigd bij authentieke of geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling daarvan aan die personen, mits dit recht op het tijdstip van de vestiging van het pandrecht reeds bestaat of rechtstreeks zal worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding.

  2. 2

    Het tweede lid van artikel 237 is van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Wanneer de pandgever of de schuldenaar in zijn verplichtingen jegens de pandhouder tekortschiet of hem goede grond geeft te vrezen dat in die verplichtingen zal worden tekortgeschoten, is deze bevoegd van de verpanding mededeling te doen aan de in het eerste lid genoemde personen. Pandhouder en pandgever kunnen overeenkomen dat deze bevoegdheid op een ander tijdstip ingaat.

  4. 4

    Artikel 88 geldt slechts voor de pandhouder wiens recht overeenkomstig lid 1 is gevestigd, indien hij te goeder trouw is op het tijdstip van de in lid 3 bedoelde mededeling.

  5. 5

    Indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 3, eerste zin, wordt de mededeling, bedoeld in lid 3, schriftelijk gedaan. De voorgaande zin is niet van toepassing indien het pandrecht is gevestigd op een geldvordering als bedoeld in artikel 83 lid 4.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2026:176Parket bij de Hoge Raad, 13 februari 2026 (insolventierecht)

    Renvooiprocedure. Vermogensrecht. Goederenrecht. Cessie. Bepaaldheidsvereiste. Klachten dat het hof te hoge eisen heeft gesteld aan het vereiste van ‘voldoende bepaaldheid’ van art. 3:84 lid 2 BW en…

  • ECLI:NL:PHR:2024:990Parket bij de Hoge Raad, 27 september 2024 (insolventierecht)

    Faillissementsrecht. Pandrecht. Verkoop van aan de bank verpande winkelvoorraad met toestemming van de bank tegen pinbetalingen. M.b.t. die betalingen uitzondering op het verrekeningsverbod voor de…

  • ECLI:NL:PHR:2023:455Parket bij de Hoge Raad, 21 april 2023 (verbintenissenrecht)

    Verbintenissenrecht. Kon hof oordelen dat eisers tot cassatie in verzuim waren t.a.v. drie verplichtingen uit met de bank gesloten herfinancieringsovereenkomst?

  • ECLI:NL:PHR:2021:1192Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2021 (goederenrecht)

    Coöperatie; verpanding van aanspraken lid uit hoofde van ledenlening en participatierekening; bestaande of toekomstige vorderingen?; leidt goederenrechtelijke onoverdraagbaarheid ex art. 3:83 lid 2…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2325Gerechtshof Den Haag, 21 juli 2026 (civiel recht)

    Pandrecht op doorverkochte vorderingen

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:9328Rechtbank Den Haag, 3 juni 2025 (verbintenissenrecht)

    Betwisting ontvangst van verklaring. Toepassing HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104 (Centavos / Stichting Nieuwenhuis) met name de vraag van welk e-mail adres verzender redelijkerwijs mocht…

  • ECLI:NL:RBZWB:2025:2169Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 april 2025 (goederenrecht)

    Pandrechten. Is de bestendige handelsrelatie een rechtsverhouding als bedoeld in artikel 3:239 lid 1 BW waaruit vorderingen rechtstreeks worden verkregen? Pandrecht op handelsnaam en klantcontracten?

  • ECLI:NL:RBLIM:2024:303Rechtbank Limburg, 17 januari 2024 (civiel recht)

    Vordering van de bank op (mede) kredietnemer toegewezen. Aan bank bepande vordering op bestuurder van de (mede) kredietnemer eveneens toegewezen.

155 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.